Geen zorgen voor de dag van morgen

Via via bereiken me berichten dat men zich zorgen maakt om mijn persoontje, omdat ik dit blog begonnen ben. Zie ik het niet meer zitten? Ben ik (weer) depressief? Tweemaal nee! zou ik zeggen. Het is echt niet nodig jullie zorgen te maken, lieve mensen, helemaal niet.

KroniekIk geniet van het leven, met alle ellende die er natuurlijk ook bij hoort. Als je op mijn leeftijd (68, samen met Hanneke 139) bent aangekomen is het echt niet zo gek om je eens (wat serieuzer misschien) bezig te houden met dit onderwerp.
Hoeveel jaar heb ik nog? Als er geen ongelukken gebeuren dan zal dat toch echt – in mijn geval – niet veel meer dan vijftien, twintig jaar zijn. Dat is minder dan een kwart van de tijd die ik al achter de rug heb.

Ik hoop hier af en toe iets zinvols te schrijven. Geen kroniek van een aangekondigde dood.

Eindig, maar zo gek nog niet!

Het leven mag dan wel eindig zijn, maar zo gek hebben we het hier in Holland nog niet. Dat zegt tenminste de Global AgeWatch Index, die meet hoe goed het leven is voor mensen boven de zestig.
Niet zo’n gek idee om dat (ook) te meten, als je weet dat er nu al meer mensen boven de zestig zijn dan onder de vijf.
Nummertje 6 staat Nederland, en als je naar de precieze scores kijkt van de top 5, geen reden tot verhuizen, lijkt me. Hieronder de lijst, maar er is ook een mooie overzichtelijke kaart. En uitgebreide uitleg hoe de index is samengesteld.

Global-AgeWatch-Index-2104

Ik zit bij het vuur en denk…

I sit beside the fire and think
of all that I have seen
of meadow-flowers and butterflies
in summers that have been;

Of yellow leaves and gossamer
in autumns that there were,
with morning mist and silver sun
and wind upon my hair.

I sit beside the fire and think
of how the world will be
when winter comes without a spring
that I shall ever see.

For still there are so many things
that I have never seen:
in every wood in every spring
there is a different green.

I sit beside the fire and think
of people long ago
and people who will see a world
that I shall never know.

But all the while I sit and think
of times there were before,
I listen for returning feet
and voices at the door.

Tekst: J.R.R. Tolkien

(Dit lied werd zachtjes gezongen door Bilbo op 24 december T.A. 3018, een paar dagen voor Frodo’s vertrek. Een Nederlandse (nogal oubollige) vertaling is makkelijk te vinden via internet.