Chomo

Langzamerhand begint me duidelijk te worden waarom ik die rare bucket list (zie vorige bijdragen) maak. Typisch Rob van Eeden: eerst doen, dan denken. Misschien niet de handigste aanpak, maar mijn leven lang een patroon waarmee ik blijkbaar toch tevreden ben, want veranderen doe ik niet. Niet in de laatste plaats omdat het veel heeft opgeleverd; daarover later misschien nog eens.

Wat zijn die plekken die ik wil bezoeken? Wat zijn de eigenschappen ervan. Waar gaan ze over? Wat vind ik er zo mooi, bijzonder en inspirerend aan? Wat voor mensen zijn het? Wat willen ze met al die gekke beelden, bouwsels en maaksels? Na het bezoek afgelopen weekend aan Chomo werd dat iets duidelijker.

Vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw was Chomo een succesvolle Franse kunstenaar, maar bij een expositie in 1960 in de Parijs ging het mis. Hij wilde bepaalde werken niet (meer) verkopen en maakte ruzie met de galeriehouder en bekende kunstenaars die hem bezochten.

ChomoKort na die expositie keerde hij zich af van de ‘officiële’ kunstwereld en vestigde zich op een bosperceel bij Fontainebleau, waar hij – onder zeer sobere omstandigheden – verbleef tot zijn dood in 1999. Hij maakte er honderden beelden, componeerde en speelde muziek, maakte films, ontmoette gelijkgezinden etc. Maar vooral: het bosperceel werd verfraaid met bijzondere gebouwen, waaronder de ‘Eglise des pauvres’. Geheel gemaakt van hout uit het bos, flessen, afvalglas, autoruiten, kippengaas en gips. Meer hierover via de links hieronder.

Al ruim een jaar geleden kwam ik in contact (via internet) met zijn werk. Vorig jaar probeerden Hanneke en ik – op eigen kracht – het perceel van Chomo te vinden, maar dat lukte niet. Wel hadden we een bijzondere wandeling in een bos met grote heidestruiken, rotsen en varens. Heel mooi, maar het perceel van Chomo was in geen velden of wegen te bekennen. Omdat ik me daarna via zijn site meldde bij nabestaanden en enkele vrienden, kregen we begin september een uitnodiging voor het weekend van 3/4 oktober 2015 om ‘Le village d’art préludien’ te bezoeken.
Nadat na zijn dood in 1999 de meeste beelden en ander werk van het perceel waren verwijderd, geveild en/of opgeslagen, bleven de bouwsels er zo’n tien jaar (bijna) onberoerd. Nu is er een vriendengroep/stichting die het geheel wil behouden en weer openstellen voor het publiek. De twee kinderen van Chomo, inmiddels ook bejaard, zijn niet in staat dat alleen te doen. Ook zijn er geen kleinkinderen.

Laurent-Danchin

Laurent Danchin (rechts), trekker van dit ambitieuze project, verwelkomde de bezoekers met uitgebreide uitleg en veel herinneringen aan Chomo die hij al vanaf het begin van zijn carrière volgt. Chomo noemde zijn plek ‘préludien’, omdat op die plek een voorzet/prelude moest ontstaan van de nieuwe maatschappij die hij voor ogen had. Er is inmiddels een stevig hek om het perceel gezet, hier en daar resten nog wat beelden of aanzetten daartoe.

Verder is er het woonhuis van Chomo dat er binnen verrassend ‘gewoon’ uitziet. En waar nu enkele studenten en stagiairs bivakkeren, als ze meewerken aan de conservatie-werkzaamheden.Beeld-aan-woonhuis
Refuge-met-overkappingEnkele in verval geraakte bouwsels, zoals het Refuge, zijn overdekt met een tijdelijk nieuw dak en steigers om verder verval tegen te gaan.
De ‘Kerk van de armen’, waar voorzover ik weet nooit een dienst voor de armen is gehouden, deed vooral dienst deed als opslagplaats voor beelden en ander materiaal. Hij is inmiddels ontruimd en biedt de mogelijkheid het geheel niet alleen van buiten, maar ook van binnen te bewonderen.
Kerk-van-buiten

Kerk-binnenOm terug te komen op de vragen aan het begin van dit artikel, wat is het nou dat ons zo aantrekt in dit soort plekken en kunst?
Er zijn natuurlijk heel voor de hand liggende overeenkomsten met ons leven: een vrij sobere leefstijl, je (min of meer) afkeren van de consumptiemaatschappij, werken met afval, recycling en hergebruik. Idealen over een ‘nieuwe mens en samenleving’.

Maar dit weekend realiseerde ik me ook dat het verval, het vergaan van deze plekken ook aantrekkingskracht heeft. Niet omdat het ‘mooi’ is, alhoewel dat soms ook voorkomt. Het past gewoon goed bij onze leeftijd. Hanneke en ik zijn samen toch al 141 jaar, en het verval en vergaan van onszelf komt steeds meer in zicht. We realiseren ons ook door deze ‘extreme’ voorbeelden te bezoeken dat je altijd ‘iets’ achterlaat. Dat kan goed zijn voor de nabestaanden en anderen, maar ook een enorme last. Hier op het terrein van Chomo, maar nog pregnanter op dat van Watkyne, zie je hoe de natuur oprukt, hoe veel overwoekerd wordt, begint af te brokkelen en vergaat.

Wat moeten de nabestaanden daarmee? Wat moet behouden worden en wat kan beter weg. En hoe behoudt je dat wat over zou moeten blijven. Om nog maar niet te spreken van de financiering van e.e.a. Allemaal gedachten en vragen die net zo goed relevant zijn in ons eigen leven, voor onze eigen spullen en geld.
In ieder geval begrijp ik nu iets beter waarom ik deze site ben begonnen.

Meer informatie, ontleend aan de site van Henk van Es

* Website (in french) entirely devoted to Chomo, with a biography, a list of video’s, picture galeries and a number of texts about Chomo
* The site apppears  in Jarvis Cocker’s Journeys into the Outside (1999, on Youtube in 2012, see my post of august 23, 2012)
* On Flickr some 40 pictures of the site (presented by Halle Saint Pierre, Paris)

Watkyne

Afgelopen weekend (1 t/m 4 oktober 2015) werd dan de eerste bucket-list-reis gemaakt. De eerste dag naar Ellezelles (nummer 9 op de bucket list), waarover verslag in deze blog. Het tweede deel naar Fontainebleau volgt binnenkort.
Uitgebreidere informatie, links, foto’s, video’s e.d. over deze bijzondere plek onderaan.

Op de site van Henk van Es las ik dat een plek in Ellezelles, zo’n beetje in Zuid België, op de grens Wallonië/Vlaanderen, niet alleen te bezoeken is, maar dat dit voormalige woonhuis van een outsider-kunstenaar sinds kort ook als gite aangeboden wordt. Dat leek me wel wat, om in en bij een serie follies te verblijven en te slapen. Gevestigd op Paradis 17.
Heel bijzonder was dat inderdaad. We verbleven in het huis van Jacques Vandewattyne (1932-1994), leraar en autodidactisch kunstenaar die zich vooral richtte op wat hij (in een manifest uit 1974) Folk Art noemde, ontleend aan de plaatselijke folklore en geschiedenis van o.a. heksenverbrandingen. Inmiddels ging hij zich Watkyne noemen, Zadkine parafraserend. Door zijn beelden, schilderijen en keramiek en jaarlijkse evenementen daaromheen (zoals een carnevaleske Heksensabbat eind juni) wist hij Ellezelles op te stuwen in de vaart der (toeristische) volkeren. Het hele dorp is vergeven met afbeeldingen, poppen enz. van heksen, duivels, zwarte katten, groene bokken en ga zo maar door. Ook in het huis zijn ze te vinden. Overigens zijn enkele kamers en de keuken opgeknapt, zodat het er goed verblijven is, maar veel van de oorspronkelijke inrichting is er nog te vinden, zoals de foto’s hieronder van keramiek, beschildering van  de wc-deur laten zien.

Huis2

Huis1

 

 

 

 

 

 

 

Nog bijzonderder is de tuin achter het huis, waarin allerlei bouwsels, ateliers, follies, beelden en wat al niet te vinden zijn. Langzamerhand is een groot deel van de objecten overwoekerd of aan het vergaan. Het lijkt me een hele klus voor de familie om zoiets te onderhouden en in goede staat te houden.
Tuin1Tuin2

 

 

 

 

 

 

 

Tuin4
Spannende kinder-speelhuisjes

Tuin3

 

 

 

 

 

 

 

Tuin5
Wedergeboren door Dolores…

 

 

In die tuin zouden we nog wel een tijdje langer hebben willen ronddolen, zo’n overdaad aan beelden, keramiek en follies. Te veel om allemaal in een paar korte bezoeken op te nemen.

 

 

Tuin7
Tuin8

 

 

Maar er is meer, want Watkyne heeft een groot deel van zijn beelden willen delen met de plaatselijke bevolking door de aanleg van het ‘Pad der geheimzinnigheid’, een niet-alledaagse wandeling van 6 km door de mooie heuvelstreek rond Ellezelles. Uit de grote folder met plattegrond en toelichting op de tientallen beelden langs deze route: “Jaren heb ik van dit artistieke en folkloristische ongewone pad gedroomd: beelden neerzetten in de volle natuur, langs een pad.” Het werd in 1984 opengesteld en is nog steeds redelijk goed onderhouden, alhoewel ook hier blijkt hoe moeilijk is om beelden van schuim, kippengaas en cement over de tientallen jaren goed te houden. Vooral de beelden van metaal-afval lijken onaangetast. De wandeling is te koop bij de plaatselijke VVV, en ook als je niet in het huis wilt/kunt verblijven de moeite waard.

Pad1Pad2

 

 

 

 

 

 

 

Pad3

Pad4
En als je aan het einde van je wandeling zin mocht hebben in een portie echte Vlaamse frieten, ga dan naar de frituur op het kerkplein van Ellezelles. Neem de kleinste portie! Wij namen – niets vermoedend – twee keer een ‘medium’ waarmee per portie zeker een gezin met drie kinderen in de puberteit gevoederd had kunnen worden.

Meer informatie