De wijsheid van een tandeloze glimlach

Drie jaar geleden begon ik dit blog met – tot nu toe – nog geen twintig berichten. Blijkbaar is er op weg naar het einde niet zoveel te vertellen, althans door mijn persoontje. Toch heeft iets me wel geraakt de laatste maanden, als het over ouderdom en het naderend einde gaat. Aanleiding was het volgende.

Mooiste tijd van je leven

Hanneke en ik zijn lid van een Haagse club ouderen die samen proberen ‘er iets van proberen te maken’ en… te snappen, voorzover mogelijk. Eén van de subgroepen komt samen als ‘de Verdieping’, waar we uitwisselen over de betekenis, de zin van het leven, ons leven. Een paar maanden geleden hadden we het, met een groepje van zo’n vijftien man (hoofdzakelijk vrouwen overigens), over het boek De wijsheid van een tandeloze glimlach van Daniël Klein.

Degene die het had gelezen en presenteerde was er enthousiast over. Aan de hand van allerlei filosofen wordt duidelijk gemaakt dat de oude dag zo gek nog niet is, als je er op een goeie manier mee omgaat. Misschien is het zelfs wel de meest waardevolle periode van je leven: geen werk meer, alle tijd om te doen wat je wilt, mogelijkheden te over om afstand te nemen en alles te overdenken. En vooral… samen met vrienden te zijn. Kortom, een heerlijke tijd, althans zo kwam de algemene conclusie van het boek op mij over.

Typisch Amerikaans?

Het leek me zo’n typisch Amerikaans boek, weliswaar met een goed uitgangspunt: het wordt tijd dat we niet zo negatief tegen de oude dag aankijken. Maar om dan alles gelijk zo overdreven van de positieve kant te bekijken, nee, dat ging er bij mij niet in.

De samenvatting en recensies op Bol.com bevestigen dat wel zo’n beetje. Maar waarom werd ik nu iedere keer geïrriteerd als ik me die avond herinnerde. Je mag toch een boek schrijven waarin je zegt dat ouderdom de mooiste tijd van je leven is? En daar mag iedereen het toch al of niet mee eens zijn?

Maar toch de stelling: ‘ouderdom is de mooiste tijd van je leven‘ bleef door m’n hoofd spoken. Vooral als ik hoorde dat een familielid, vriend of bekende die door één of andere ramp of vreselijke ziekte geteisterd werd. Is dat nou de mooiste tijd van je leven? En die rampen en ziektes komen steeds vaker voor. Hanneke en ik zijn binnenkort samen 145 jaar oud, en ik kan je verzekeren, op die leeftijd slaat het noodlot, of hoe je het ook wilt noemen, voor velen onverbiddelijk toe.

“Het zijn van het zijn”

Het boek heb ik niet gelezen, maar een goed beeld erover komt wel naar voren uit diverse recensies en samenvattingen. Zoals op zin.nl, waar Rolf Robbe er o.a. dit over zegt:
“Daniel Klein (73 jaar) is op zoek naar de zin van het leven, met name als je oud(er) bent geworden. Hij beschrijft op een aangename en goed leesbare wijze het antwoord op de vraag hoe hij de meeste voldoening kan houden in zijn al ver gevorderde leven. Hij zoekt het gezelschap van oude Grieken zoals Tasso die gelukkig is te midden van zijn oude vrienden, een goed gesprek en een goed glas. Hij zoekt het ook bij de oudere Grieken zoals bij Epicurus. Die leert hem dat je vooral plezierig moet leven en doen waar je lol in hebt. Of Plato die de oude dag geweldig vond omdat je dan niet meer opgejaagd wordt door allerlei lusten.

Maar ook filosofen als Sartre en Kierkegaard helpen de schrijver om zicht te krijgen op zijn oude dag. Zelfs de sentimentele liedjes van Frank Sinatra helpen hem zijn tijd te besteden met zoete herinneringen. Verder biedt die oude dag ruimte te over om na te denken over de zin van het leven.
Het komt erop neer dat je maar het beste je ‘oude-van-dagen-lot’ kunt accepteren en moet genieten van elke dag in goed gezelschap van oude vrienden. Dat is een wat trieste conclusie voor de eenzame en zieke bejaarden die zoeken naar de zin van hun laatste moeizame levensfase.”

Die bespreking maakte me mijn irritatie wel wat duidelijker. Kleins boek is het verhaal van een ‘well to do’ Amerikaan die (net als wij) zich implantaten of een mooi kunstgebit kan permitteren als het zover is dat je tanden eruit moeten. Die genoeg geld en achtergrond heeft om naar Griekenland op reis te gaan om zich te verdiepen in oude en moderne Grieken.
De samenvatting van het boek die we die avond kregen stelt:
De oude dag is NIET de oude ouderdom vol gebreken. Maar een tijd van spelen, spiritualiteit, overdenken, existentiële authenticiteit, tevredenheid  en “het zijn van het zijn”: angst voor de toekomst is niet meer nodig, je kunt geestelijke risico’s nemen om de zin van jouw leven te ontdekken.”

Het varken dat op je kop valt

Dat is het denk ik. Natuurlijk zit er veel waars in wat dat boek ons allemaal voorschotelt, eigenlijk zijn het lessen die voor elke leeftijd gelden. Maar er is ook een andere kant aan het leven, vooral boven de zeventig. Die van het varken dat op je kop valt. Er is een oud verhaal van Graham Greene A Shocking Accident over de vader van iemand die sterft doordat er een varken op zijn hoofd valt in een oud, arm Italiaans straatje, waar het gewoonte is varkens te houden op balkons. Een varken was te zwaar geworden op het toch al wrakke balkonnetjes en viel op het hoofd van een argeloze voorbijganger.
Er is meer over dit verhaal te vertellen, maar voor mij staat het voor de onverwachte en onverklaarbare rampen die je kunnen overkomen. Dingen waartegen je niets doen, hoe oprecht, sober of bewust je ook leeft, hoe veel je ook van het leven geniet, mediteert, loslaat of wat dan ook.

Naast alle goeds zie ik  – zo ongeveer vanaf m’n 65ste – een aaneenschakeling van rampen. Ik heb het niet over terrorisme, oorlog of volksverhuizingen, maar gewoon over wat familie, vrienden en kennissen overkomt. Crohn, Parkinson, MS, darm-, long-, prostaat en andere kankers, Sjögren, Ehlers Danlos, spierreuma, delier, depressie, vereenzaming en vervuiling.
Toen Hanneke en ik zo’n tien jaar geleden het Hangouderencafé oprichtten, maakten we er een speciaal hoekje waarin je elkaar kon vertellen over wat je allemaal ‘had’. Toen spraken we over PHPD: pijntje hier, pijntje daar. Maar tien jaar later zijn het niet alleen maar pijntjes, maar ernstige invaliderende ziektes, gebreken en ellende.

Even tussendoor: een fantastische is archive.org, dat een archief bijhoudt van alles wat er zo’n beetje op internet is verschenen (meer dan 3 miljard sites), of de domeinnamen nu nog bestaan of niet. Zo is via dat archief nog van alles te lezen overvan het Hangouderencafé en onze kijk op ouderdom, zo’n tien jaar geleden, met o.a. columns van Jaap Smit.

Wij leven gelukkig in een land waar ook daaraan nog veel gedaan kan worden, maar dat laat niet onverlet dat het een groot en veelvoorkomend probleem is. We worden dan wel steeds ouder en blijven langer gezonder, maar de keerzijde is er ook.
Hoe je daarmee moet omgaan, is niet makkelijk. Klaarstaan voor anderen natuurlijk, helpen waar je kunt, verlichten indien mogelijk. En niet al te bang zijn voor je eigen toekomstige rampen. Want je weet toch nooit welk varken, vanaf welk balkon op jouw hoofd zal vallen.

Preppers worden?

Of moeten we daarom preppers worden, voorbereid op alle mogelijke rampspoed en ellende?
Dat lijkt me niet, maar enige voorbereiding is niet gek, lijkt me. Een testament, een codicil, een levenstestament, sparen voor als je echt hulp nodig hebt, je netwerk in stand houden of liever nog: uitbreiden, nieuwe zorg-organisaties oprichten.
Kortom, werk aan de winkel op onze oude dag!

‘Omgekeerde bucket list’

Zoals de weinigen die deze blog lezen weten, gaat het hier over mijn (en andermans) naderend einde. Niet ongebruikelijk is om, als het besef van het einde daar is, een bucket list te maken. Met daarop alle ‘dingen’ die je graag nog zou willen doen voor je heengaat. Daarover is hier al e.e.a. geschreven, maar nu ontdek ik dat er ook een ‘omgekeerde bucket list’ is, al jaren zelfs. Niet echt een mooie goed bijgehouden lijst, maar wel dingen die steeds op mijn to-do-lijstjes voorkomen, in mijn achterhoofd blijven zeuren en… maar niet verdwijnen.

Het zijn de dingen die ik echt MOET doen, vind ik, voordat ik dood ga. Een aantal dingen van die lijst hebben Hanneke en ik redelijk snel aangepakt, zoals een testament maken. Maar een codicil, dat heeft toch zeker tien jaar bovenaan mijn to-do-lijst gestaan en kwam er maar niet af. Een paar jaar geleden was het dan eindelijk zo ver. En… het duurde hooguit een paar uur om zo’n codicil te maken. Je kan het zelf schrijven (met de hand, dat moet, gedateerd en ondertekend) met daarin hoe je begraven wilt worden, hoe bepaalde zaken verdeeld moeten worden die niet in je testament hoeven te staan enz.

Een andere klus die ik jaren en jaren voor me heb uitgeschoven, is het digitaliseren van een flink aantal smalfilms die mijn vader in de jaren 50/60 en ik in de jaren 70/80 maakten. Op de een of andere manier bleef ik dat maar uitstellen. Het is nu eindelijk (met heel veel zuchten en steunen) gelukt. Het hele archief heb ik plechtig overgedragen aan m’n oudste zoon. Alleen zijn hier nog wat dvd’s met favoriete films, waarvan een deel op Youtube is te zien.

En zo is er nog een aantal klussen:

  • het video-archief van de Vrekkenkrant en aanverwanten digitaliseren (30-40 opnamen) en op internet zetten
  • albums met familiefoto’s van (groot)ouders en ons gezin reorganiseren en toegankelijk maken
  • persoonlijk in/uit archief van brieven e.d. afmaken en schiften
  • dozen met documenten van mijn ouders en grootouders plus familieleden sorteren en toegankelijk maken
  • en nog zo wat dingen

Naderend einde

Ik dacht iets nieuws bedacht te hebben met ‘omgekeerde bucket list’, maar na even zoeken met Google bleek dat al lang te bestaan, alhoewel niet in de betekenis die ik eraan geef.

Pas bij die laatste klus (digitaliseren smalfilms) werd me duidelijk waarom die zaken zo lang op m’n lijstjes staan. Eenvoudig gezegd: als ik ze allemaal afheb, dan kan ik sterven. En bij iedere klus komt de dood dus dichterbij. Emotioneel natuurlijk alleen maar, want wat zal de dood zich aantrekken van mijn wel of niet afwerken van lijstjes. Maar toch, zo voelt het. Daarom heb ik moeite met het aanpakken van die dingen. Een echte ‘omgekeerde bucket list’ dus. Niet met dingen die ik graag wil, maar met dingen die MOETEN voor m’n dood.

Netjes achterlaten

Je kan natuurlijk zeggen: wat kan het mij schelen wat ik achterlaat, dat zoeken m’n nabestaanden maar uit. Maar zo zit ik niet in elkaar. Het idee dat ik m’n vrouw, kinderen en anderen ook nog een enorme klus nalaat als ik dood ben, staat me tegen. Misschien heb ik teveel troep en rotzooi van anderen moeten opruimen, mensen die er blijkbaar geen moeite mee hadden dat allemaal over te laten aan anderen.
Nee, dat wil ik niet. Het zal me vast niet lukken om alles in nette ordners, albums en dozen af te leveren, maar ik ben toch al een eind op weg.

Ondanks dat daardoor het einde nader en nader komt, ga ik er toch mee door.

Goed voorbereid op weg naar het einde…

Afgelopen vrijdag 21 april hebben Hanneke en ik – bij met Marieke Henselmans, onze ‘vrekkendochter’ –  het 25-jarig jubileum van de Vrekkenkrant gevierd, op gepaste wijze natuurlijk met een… gezellige maaltijd maaltijd en een goed gesprek
Zo lang is het inderdaad al geleden dat we met de Vrekkenkrant begonnen op 21 april 1992.

Laat je niet kisten door de commercie

Marieke vertelde van haar nieuwe boek Laat je niet kisten door de commercie, waarin ze de huidige praktijk rond uitvaarten, begrafenissen en crematies grondig onder de loep neemt. En waarin ze laat zien dat het persoonlijker, aangenamer en… veel goedkoper kan. Vooral als je je niet in de luren laat leggen door (vooral) verzekeraars en grote uitvaartondernemingen tijdens de drukke periode na het overlijden van een dierbare.
Hanneke en ik zijn (hopelijk) nog niet zover, maar duidelijk is dat je ruim van tevoren moet beginnen je voor te bereiden op het naderende einde. Daarom zijn we blij met Marieke’s nieuwste boek, dat overigens door  haar zoon Gijs geïllustreerd is.

Crowdfunding

Marieke biedt fans en toekomstige lezers de mogelijkheid haar te helpen met het financieren van dit boek. Dat kan door nu al exemplaar te bestellen of haar op een andere manier te ondersteunen bij dit project.
Ga naar de site hieronder en kies zelf. Doen!
Laat je niet kisten door de commercie, een mooie uitvaart voor elk budget.

OE-reis juni/juli 2016 (slot) MEUBLES MODESTES

Niet alleen meubels

De ‘bescheiden meubels’ van Alain Fornells in het plaatsje Bassan, boven Béziers, waren voor mij hét hoogtepunt van onze reis in juni/juli 2016 (en een tweede bezoek, begin 2017). Beide keren waren Hanneke en ik zijn enige gasten en kregen uitgebreide rondleidingen door de expositieruimtes en het atelier van deze bijzondere man. Op de site van Henk van Es is een eerste indruk (tekst, foto’s, video’s en links)van zijn werk te krijgen . Maar pas toen we hem ‘in levende lijve’ meemaakten werd duidelijk hoe mooi, bijzonder en aangrijpend het werk van deze kunstenaar is. Dan wordt ook duidelijk dat het niet alleen om de meubels gaat, maar misschien nog wel meer over zijn verhalen en de manier waarop hij die presenteert. Waarbij goed begrijpen van de Franse taal (met z’n Catalaanse dialect) wel een vereiste is.

Polikarpov
Polikarpov, over de Spaanse burgeroorlog.

In een speciaal daarvoor gerenoveerd oud huis, naast zijn woonhuis, zijn op drie verdiepingen de tientallen werken te vinden. Ronduit mooie meubel zijn het, nostalgisch, dromerig, verrassend, luidruchtig en soms aangrijpend, zoals het werk over de gezonken onderzeeër Koersk. En steeds met dat gesproken woord, eigenlijk meer performances van Alain.
Kijk vooral ook op zijn mooie site met o.a. een soort 3D-bezoek, meer video’s en verhalen. Eén daarvan heb ik hieronder proberen te vertalen. Waarbij blijkt dat het Frans op de een of andere manier toch mooier en beeldender klinkt dan het Nederlands. Het gaat om de tweede video op zijn pagina L’artiste.

Wat is duurzame ontwikkeling voor u?

De bescheiden, vriendelijke, poëtische manier waarop hij de bovenstaande vraag beantwoordt zegt veel over hoe hij in het leven staat. Nogmaals: mijn vertaling hieronder geeft dat maar gedeeltelijk weer.
“Voor mij zou dat vooral een beetje ‘eeuwigheid’ moeten zijn, eeuwigheid op een menselijke schaal. Voor ons, bijvoorbeeld voor een tuinier is dat als hij de bloemetjes ziet verschijnen aan de erwtenstruik. Als hij die weer ziet, is dat voor hem eeuwigheid. Dat is duurzame ontwikkeling, iets dat op een deugdelijke manier is gemaakt en heel vele jaren bruikbaar. Of het nu gaat om een huis dat je nieuw bouwt of renoveert. Dat je het zo verantwoord mogelijk doet, en het dus niet nodig is dat je al na korte tijd van alles weer moet kapotmaken en vervangen. Voilá, dat je ervoor zorgt dat het niet kapot hoeft gemaakt te worden. Een huis, een auto of wat dan ook. En als er dan toch iets kapotgemaakt of vervangen moet worden, dat het ‘afval’ weer hergebruikt kan worden. Zoals ik plankjes van oud verpakkingsmateriaal ook weer gebruik.”

 

 

OE-reis juni/juli 2016 (deel 3)

In eerdere bijdragen (zie 1 en 2) is hier verslag gedaan van een reis die H&ik maakten langs Outsider Art Environments. Bij elkaar bezochten we zo’n tien/twaalf van die bijzondere plekken. Niet allemaal kwamen ze in een verslag terecht. Een flink deel is wel interessant om te bekijken, maar er valt eigenlijk niet veel meer over te vertellen dan al staat vermeld op de site van Henk van Es.
cyclopeToch zijn er enkelen die (voor mij) met kop en schouders boven de rest uitsteken.
Ten eerste is dat de Cycloop van Tinguely e.a. (overigens niet door Van Es beschreven, omdat het meer reguliere dan outsider kunst is). De Franse Wikipedia erover is interessant.
Als je van Tinguely houdt, dan is dit de absolute top en een bezoek (met rondleiding in dit enorme gevaarte) meer dan waard (onder Parijs). Tot 5 maart 2017 ook nog in het Stedelijk zijn grote overzichtstentoonstelling.

Verder bezochten we twee musea met outsider art. In Lausanne La Collection de l’Art Brut: prachtig museum met grote collectie en wisselende exposities.
Nog mooier vonden we La Fabuloserie (website hopelijk tijdelijk niet bereikbaar, maar wel hun Facebook-pagina en uitgebreide informatie op de Franse Wikipedia. Plus een beschrijving op de site van Henk van Es). Een privé museum opgezet door het echtpaar Bourbonnais om eigen kunst en collectie in onder te brengen. Alleen het pand al en de ligging (In Dicy, Yonne) zijn de moeite van een bezoek waard. marshallBinnen staan overweldigende beelden van Alain Bourbonnais zelf. Maar ook veel andere outsider kunstenaars komen aan bod. Ons raakte in het museum zelf (er is ook een grote beeldentuin) werk van Francis Marshall, geen ‘echte’ outsider, omdat hij een officiële kunstopleiding volgde, maar toch heel verwant. Geen eigen site, maar zie o.a. hier en hier).

Het hoogtepunt was – sans aucun doute – Le Manège de Petit Pierre. In de tuin van de Fabuloserie is dit grandioze bouwsel van Pierre Avezard (1909-92) te bewonderen. Een soort kleine kermis met draaimolens, allerlei andere bewegende taferelen, een heuse Eiffeltoren uit hout, ijzer en afval en nog veel meer. Bijzonder, humoristisch en ontroerend, hoe deze zwaar gehandicapte man zo’n ‘eigen wereld’ heeft weten te bouwen (en in beweging houden). pierre-avezardZijn levenswerk dreigde, nadat hij in een verpleeghuis werd opgenomen, langzaam maar zeker te vergaan.
Gelukkig werd het in 1988 door het echtpaar Bourbonnais, met hulp van veel vrijwilligers, gedemonteerd en weer opgebouwd in de Fabuloserie. Bezoek de site van Henk van Es, waar veel informatie te vinden is over ‘Petit Pierre’ en waar alle filmpjes (ook het Russische) de moeite waard zijn.

OE-reis juni/juli 2016 (deel 2)

Tijdens de volgende etappe bezochten we Le jardin des deux mondes in Quatre-Champs (nummer 32 in de lijst) en Burg Schönewolf in Saarbrücken (nummer 76).

De tuin in Quatre-Champs bood – vanaf de weg – een desolate aanblik: een grote verzameling nauwelijks geordende rommel. Veel van de verticale maaksels waren omgevallen en een boom omgewaaid. Zou er een hevige storm hebben gewoed?
E.e.a. werd bevestigd door de maker Gérald Finot die naar buiten kwam snellen toen we het tuinpad opliepen. Er was inderdaad een storm geweest en van alles omgewaaid en kapot gegaan. Toegang tot de tuin konden we niet krijgen.
En het is de vraag of het ooit nog goed komt met deze OE. Het kan natuurlijk een tijdelijke inzinking zijn geweest, maar Gérald maakte een vermoeide en verwarde indruk, vertelde dat hij zijn andere huis, schuin tegenover de tuin, aan het verkopen was en vroeg ons een andere keer, later, terug te komen.
Zonder verder veel bekeken te hebben vertrokken we, mijmerend over het lot van deze en andere OE’s, als de maker ervan is overleden of niet meer in staat om zijn/haar werk te onderhouden.

Burg Schönewolf
Klik op de foto voor een grotere afbeelding.

In Saarbrücken daarentegen was zeker geen sprake van verval. Daar werd nog druk gebouwd aan het ‘Middeleeuwse slot’ in de achtertuin van Heinz en Hildegard Schönewolf. Op een van te voren afgesproken zondag bezochten we ze.
Het kasteel, tegen de achterwand van hun tuin (een steile rotswand) was al van buiten enigszins te zien. Rondborstige Hildegard begroette ons allerhartelijkst nadat we aan de poort klopten en leidde ons door een propvol atelier naar de eigenlijke achtertuin.

Daar zagen we het slot in zijn volle glorie. Meer dan veertig jaar bouwt de nu tachtigjarige Heinz er al aan. Met echte loodzware granietblokken, cement, hout, dakpannen en ander materiaal.
Hij is niet te stuiten, ook op deze zondag is hij druk bezig. Vooral met de ‘hoofdtoren’ van meer dan 15 meter hoog, die tot stand komt achter de steiger links op de foto.

Hildegard leidt ons -druk vertellend – rond in een wirwar van gangetjes, kamertjes en wenteltrapjes die zich allemaal achter deze gevel bevinden, evenals een heuse visvijver met karpers. Overal reliëfs aan de muren, schilden, wapens, harnassen en wat al niet meer. En niet te vergeten de door Hildegard verzorgde planten op en aan de vensterbanken, balkonnetjes en gevel. Ondanks dat het (binnen) een nogal rommelige indruk maakt, met overal stof, elektriciteitsdraden, bakken met gereedschap en bouwmaterialen, is het begrijpelijk dat deze OE veel bezoek trekt, zelfs als trouwlocatie. Anton Pieck zou het ongetwijfeld ook heel graag bezocht hebben.

Een aardig filmpje is op Youtube (en niet op de site van Henk van Es) te vinden: https://www.youtube.com/watch?v=KS0aHGRz9Mo.

 

OE-reis juni/juli 2016 (deel 1)

Zoals hier eerder bericht maakte ik afgelopen winter een kaart van Europa met gele stippen erop (bijna honderd in Nederland, België, Duitsland, Zwitserland en Frankrijk). Die gele stippen staan voor ‘outsider environments’ (OE’s) die de moeite waard leken om te bezoeken. Andere landen volgen hopelijk nog.
Die stippenkaart werd aangevuld door een genummerde lijst met nuttige gegevens van al die plekken, grotendeels ontleend aan de fantastische site van Henk van Es (outsider-environments.blogspot.nl). De meest recente lijst, op basis waarvan we deze vakantie maakten, is onderaan dit artikel te downloaden.
In juni en juli maakten Hanneke en ik een reis langs een aantal van die plekken.

(Op weg naar de) Toren van Eben-Ezer
Het kostte wat moeite om de toren te vinden, omdat ik de gps had ingesteld op ‘Fort van Eben-Emael’ en dat is heel wat anders. Toen we de auto daar hadden geparkeerd werd duidelijk dat daar geen toren was, maar een fort. Ook interessant: één van de grootste bunker-complexen van België, waar flink gevochten is aan het begin van de tweede wereldoorlog.
Aanwijzingen van enkele buurtbewoners maakten duidelijk dat het een mooie wandeling was van daar naar de toren, precies aan de andere kan van het dorp. Dat deden we. Het grappige van ongeplande excursies is dat je vaak iets onverwachts tegenkomt. Ongeveer halverwege zagen we rechts van het pad een grasveld met stenen en ijzeren beelden, voornamelijk vrouwen en in de verte een bouwsel in de vorm van een piramide, waar een man aan het werk was.
Onbekende-OEEEven later spraken we hem aan. Een gepensioneerd ondernemer uit Maastricht die hier al jaren aan het beeldhouwen is, veel vrouwenfiguren uit keihard steen (hij noemde het ‘tau’) maar rond zijn atelier ook andere beelden met hout, staal en leer. Heel mooi en ‘a hell of a job’ – leek het ons – om beelden uit die grote stukken keiharde steen te slijpen en houwen. Zijn naam hebben we niet gevraagd. En of het een OE is laten we aan de experts. De plek is op Google Earth te vinden op 50.47.17,59 N / 5.40.09,27 O (als ik het goed heb, in ieder geval daar ergens in de buurt).
O ja, en die piramide bleek een omgekeerde kolentrechter uit een gesloten Limburgse kolenmijn, fraai met ramen erin omgebouwd tot atelier.

Grand-merciEven later kwamen we dit op een boom geplakte stuk karton tegen met een wel heel cynische boodschap. “Hartelijk dank aan de persoon die mijn bijl heeft gestolen. Let op! Misschien staat hij/zij wel achter u. In wat voor wereld we leven! w.g. Wargé Michel” Mooi is dan de Franse taal die hij/zij vermijdt door het vrouwelijke woord ‘personne’.

Maar daarna kwamen we dan toch bij de Toren van Eben-Ezer. Hier geen uitgebreid verslag, omdat op de site van Wim van Es en Wikipedia daarover van alles te vinden is (zie OEE en Wiki).

Toren-Eben-EzerJa, wat moet je van zo’n toren denken, imposant is hij zeker: twintig meter hoog, met een oppervlak van twaalf bij twaalf meter en zeven etages. En… bijna helemaal van vuursteen. Wat een waanzinnige klus moet dat geweest zijn. Ongelofelijk, maar waar!
Op alle etages uitgebreide exposities over werk en denken van Robert Garcet (samen met vele anderen) de bouwer van deze vuursteenkolos.
Op een enkel onderdeel van de exposities na (veel te veel tekst en dat ook nog voor een groot deel op oude rammelende computers) is het niet om aan te zien en door te komen. Ook nog rommelig en slecht onderhouden. De theorieën van Garcet, vervat in een flink aantal dikke boeken, in te zien op een van de etages, lijken niet meer dan een enorme brei van woorden, woorden en nog eens woorden. Een vreemd mengsel van paleontologie, fantasie, getallenleer, bijbel en persoonlijke opvattingen over een volk dat hier miljoenen jaren geleden geleefd zou hebben. Dat alles op basis van weinig en ongeloofwaardig bewijsmateriaal.

Wel informatief en boeiend was een tv-film over zijn leven waarin de maker van de toren uitgebreid aan het woord komt, athéist, pacifist met heldere uitspraken over die onderwerpen die er niet om liegen. Maar waarom dat allemaal in dikke boeken, schilderingen, reliëfs en panelen in honderdvoud, compleet onbegrijpelijk uitgelegd moet worden, ik snap het niet. Na het dak met vier cherubijnen (die de apocalyps zouden aankondigen) en een prachtig uitzicht daalden we af naar de beeldentuin in het grote golvend park om de toren. Met wisselende beeldhouwwerken en b(r)ouwsels van Garcet en veel andere outsiders.
Een bijzondere plek, en dat allemaal onderhouden door een stichting, vrijwilligers, pacifisten, athéisten en esperantisten.

Europa bucket list juni/juli 2016 (De toren staat kort beschreven op nummer 25 van deze lijst).