De wijsheid van een tandeloze glimlach

Drie jaar geleden begon ik dit blog met – tot nu toe – nog geen twintig berichten. Blijkbaar is er op weg naar het einde niet zoveel te vertellen, althans door mijn persoontje. Toch heeft iets me wel geraakt de laatste maanden, als het over ouderdom en het naderend einde gaat. Aanleiding was het volgende.

Mooiste tijd van je leven

Hanneke en ik zijn lid van een Haagse club ouderen die samen proberen ‘er iets van proberen te maken’ en… te snappen, voorzover mogelijk. Eén van de subgroepen komt samen als ‘de Verdieping’, waar we uitwisselen over de betekenis, de zin van het leven, ons leven. Een paar maanden Lees verder De wijsheid van een tandeloze glimlach

‘Omgekeerde bucket list’

Zoals de weinigen die deze blog lezen weten, gaat het hier over mijn (en andermans) naderend einde. Niet ongebruikelijk is om, als het besef van het einde daar is, een bucket list te maken. Met daarop alle ‘dingen’ die je graag nog zou willen doen voor je heengaat. Daarover is hier al e.e.a. geschreven, maar nu ontdek ik dat er ook een ‘omgekeerde bucket list’ is, al jaren zelfs. Niet echt een mooie goed bijgehouden lijst, maar wel dingen die steeds op mijn to-do-lijstjes voorkomen, in mijn achterhoofd blijven zeuren en… maar niet verdwijnen.

Het zijn de dingen die ik echt MOET doen, vind ik, voordat ik dood ga. Een aantal dingen van die lijst hebben Hanneke en ik redelijk snel aangepakt, zoals een testament maken. Maar een codicil, dat heeft toch zeker tien jaar bovenaan mijn to-do-lijst gestaan en kwam er maar niet af. Een paar jaar geleden was het dan eindelijk zo ver. En… het duurde hooguit een paar uur om zo’n codicil te maken. Je kan het zelf schrijven (met de hand, dat moet, gedateerd Lees verder ‘Omgekeerde bucket list’

Goed voorbereid op weg naar het einde…

Afgelopen vrijdag 21 april hebben Hanneke en ik – bij met Marieke Henselmans, onze ‘vrekkendochter’ –  het 25-jarig jubileum van de Vrekkenkrant gevierd, op gepaste wijze natuurlijk met een… gezellige maaltijd maaltijd en een goed gesprek
Zo lang is het inderdaad al geleden dat we met de Vrekkenkrant begonnen op 21 april 1992.

Laat je niet kisten door de commercie

Marieke vertelde van haar nieuwe boek Laat je niet kisten door de commercie, Lees verder Goed voorbereid op weg naar het einde…

OE-reis juni/juli 2016 (slot) MEUBLES MODESTES

Niet alleen meubels

De ‘bescheiden meubels’ van Alain Fornells in het plaatsje Bassan, boven Béziers, waren voor mij hét hoogtepunt van onze reis in juni/juli 2016 (en een tweede bezoek, begin 2017). Beide keren waren Hanneke en ik zijn enige gasten en kregen uitgebreide rondleidingen door de expositieruimtes en het atelier van deze bijzondere man. Op de site van Henk van Es is een eerste indruk (tekst, foto’s, video’s en links)van zijn werk te krijgen . Maar pas toen we hem ‘in levende lijve’ meemaakten werd duidelijk hoe mooi, bijzonder en aangrijpend het werk van deze kunstenaar is. Dan wordt ook duidelijk dat het niet alleen om de meubels gaat, maar misschien nog wel meer over zijn verhalen en de manier waarop hij die presenteert. Waarbij goed begrijpen van de Franse taal (met z’n Catalaanse dialect) wel een vereiste is.

Polikarpov
Polikarpov, over de Spaanse burgeroorlog.

In een speciaal daarvoor gerenoveerd oud huis, naast zijn woonhuis, zijn op drie verdiepingen de tientallen werken te vinden. Ronduit mooie meubel zijn het, nostalgisch, dromerig, verrassend, luidruchtig en soms aangrijpend, zoals het werk over de gezonken onderzeeër Koersk. En steeds met dat gesproken woord, eigenlijk meer performances van Alain.
Kijk vooral ook op zijn mooie site met o.a. een soort 3D-bezoek, meer video’s en verhalen. Eén daarvan heb ik hieronder proberen te vertalen. Waarbij blijkt dat het Frans op de een of andere manier toch mooier en beeldender klinkt dan het Nederlands. Het gaat om de tweede video op zijn pagina L’artiste.

Wat is duurzame ontwikkeling voor u?

De bescheiden, vriendelijke, poëtische manier waarop hij de bovenstaande vraag beantwoordt zegt veel over hoe hij in het leven staat. Nogmaals: mijn vertaling hieronder geeft dat maar gedeeltelijk weer.
“Voor mij zou dat vooral een beetje ‘eeuwigheid’ moeten zijn, eeuwigheid op een menselijke schaal. Voor ons, bijvoorbeeld voor een tuinier is dat als hij de bloemetjes ziet verschijnen aan de erwtenstruik. Als hij die weer ziet, is dat voor hem eeuwigheid. Dat is duurzame ontwikkeling, iets dat op een deugdelijke manier is gemaakt en heel vele jaren bruikbaar. Of het nu gaat om een huis dat je nieuw bouwt of renoveert. Dat je het zo verantwoord mogelijk doet, en het dus niet nodig is dat je al na korte tijd van alles weer moet kapotmaken en vervangen. Voilá, dat je ervoor zorgt dat het niet kapot hoeft gemaakt te worden. Een huis, een auto of wat dan ook. En als er dan toch iets kapotgemaakt of vervangen moet worden, dat het ‘afval’ weer hergebruikt kan worden. Zoals ik plankjes van oud verpakkingsmateriaal ook weer gebruik.”

 

 

Chomo

Langzamerhand begint me duidelijk te worden waarom ik die rare bucket list (zie vorige bijdragen) maak. Typisch Rob van Eeden: eerst doen, dan denken. Misschien niet de handigste aanpak, maar mijn leven lang een patroon waarmee ik blijkbaar toch tevreden ben, want veranderen doe ik niet. Niet in de laatste plaats omdat het veel heeft opgeleverd; daarover later misschien nog eens.

Wat zijn die plekken die ik wil bezoeken? Wat zijn de eigenschappen ervan. Waar gaan ze over? Wat vind ik er zo mooi, bijzonder en inspirerend aan? Wat voor mensen zijn het? Wat willen ze met al die gekke beelden, bouwsels en maaksels? Na het bezoek afgelopen weekend aan Chomo werd dat iets duidelijker.

Vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw was Chomo een succesvolle Franse kunstenaar, maar bij een expositie in 1960 in de Parijs ging het mis. Hij wilde bepaalde werken niet (meer) verkopen en maakte ruzie met de galeriehouder en bekende kunstenaars die hem bezochten.

ChomoKort na die expositie keerde hij zich af van de ‘officiële’ kunstwereld en vestigde zich op een bosperceel bij Fontainebleau, waar hij – onder zeer sobere omstandigheden – verbleef tot zijn dood in 1999. Hij maakte er honderden beelden, componeerde en speelde muziek, maakte films, ontmoette gelijkgezinden etc. Maar vooral: het bosperceel werd verfraaid met bijzondere gebouwen, waaronder de ‘Eglise des pauvres’. Geheel gemaakt van hout uit het bos, flessen, afvalglas, autoruiten, kippengaas en gips. Meer hierover via de links hieronder.

Al ruim een jaar geleden kwam ik in contact (via internet) met zijn werk. Vorig jaar probeerden Hanneke en ik – op eigen kracht – het perceel van Chomo te vinden, maar dat lukte niet. Wel hadden we een bijzondere wandeling in een bos met grote heidestruiken, rotsen en varens. Heel mooi, maar het perceel van Chomo was in geen velden of wegen te bekennen. Omdat ik me daarna via zijn site meldde bij nabestaanden en enkele vrienden, kregen we begin september een uitnodiging voor het weekend van 3/4 oktober 2015 om ‘Le village d’art préludien’ te bezoeken.
Nadat na zijn dood in 1999 de meeste beelden en ander werk van het perceel waren verwijderd, geveild en/of opgeslagen, bleven de bouwsels er zo’n tien jaar (bijna) onberoerd. Nu is er een vriendengroep/stichting die het geheel wil behouden en weer openstellen voor het publiek. De twee kinderen van Chomo, inmiddels ook bejaard, zijn niet in staat dat alleen te doen. Ook zijn er geen kleinkinderen.

Laurent-Danchin

Laurent Danchin (rechts), trekker van dit ambitieuze project, verwelkomde de bezoekers met uitgebreide uitleg en veel herinneringen aan Chomo die hij al vanaf het begin van zijn carrière volgt. Chomo noemde zijn plek ‘préludien’, omdat op die plek een voorzet/prelude moest ontstaan van de nieuwe maatschappij die hij voor ogen had. Er is inmiddels een stevig hek om het perceel gezet, hier en daar resten nog wat beelden of aanzetten daartoe.

Verder is er het woonhuis van Chomo dat er binnen verrassend ‘gewoon’ uitziet. En waar nu enkele studenten en stagiairs bivakkeren, als ze meewerken aan de conservatie-werkzaamheden.Beeld-aan-woonhuis
Refuge-met-overkappingEnkele in verval geraakte bouwsels, zoals het Refuge, zijn overdekt met een tijdelijk nieuw dak en steigers om verder verval tegen te gaan.
De ‘Kerk van de armen’, waar voorzover ik weet nooit een dienst voor de armen is gehouden, deed vooral dienst deed als opslagplaats voor beelden en ander materiaal. Hij is inmiddels ontruimd en biedt de mogelijkheid het geheel niet alleen van buiten, maar ook van binnen te bewonderen.
Kerk-van-buiten

Kerk-binnenOm terug te komen op de vragen aan het begin van dit artikel, wat is het nou dat ons zo aantrekt in dit soort plekken en kunst?
Er zijn natuurlijk heel voor de hand liggende overeenkomsten met ons leven: een vrij sobere leefstijl, je (min of meer) afkeren van de consumptiemaatschappij, werken met afval, recycling en hergebruik. Idealen over een ‘nieuwe mens en samenleving’.

Maar dit weekend realiseerde ik me ook dat het verval, het vergaan van deze plekken ook aantrekkingskracht heeft. Niet omdat het ‘mooi’ is, alhoewel dat soms ook voorkomt. Het past gewoon goed bij onze leeftijd. Hanneke en ik zijn samen toch al 141 jaar, en het verval en vergaan van onszelf komt steeds meer in zicht. We realiseren ons ook door deze ‘extreme’ voorbeelden te bezoeken dat je altijd ‘iets’ achterlaat. Dat kan goed zijn voor de nabestaanden en anderen, maar ook een enorme last. Hier op het terrein van Chomo, maar nog pregnanter op dat van Watkyne, zie je hoe de natuur oprukt, hoe veel overwoekerd wordt, begint af te brokkelen en vergaat.

Wat moeten de nabestaanden daarmee? Wat moet behouden worden en wat kan beter weg. En hoe behoudt je dat wat over zou moeten blijven. Om nog maar niet te spreken van de financiering van e.e.a. Allemaal gedachten en vragen die net zo goed relevant zijn in ons eigen leven, voor onze eigen spullen en geld.
In ieder geval begrijp ik nu iets beter waarom ik deze site ben begonnen.

Meer informatie, ontleend aan de site van Henk van Es

* Website (in french) entirely devoted to Chomo, with a biography, a list of video’s, picture galeries and a number of texts about Chomo
* The site apppears  in Jarvis Cocker’s Journeys into the Outside (1999, on Youtube in 2012, see my post of august 23, 2012)
* On Flickr some 40 pictures of the site (presented by Halle Saint Pierre, Paris)

Waarom: het leven is eindig

Gisteren waren we op de verjaardag van Rob Verhoeven (echt niemand die ik ken krijgt meer felicitaties op Facebook dan hij) waar de vraag gesteld werd waarom ik deze site heb gestart. Er staat nog maar weinig op, uit de inhoud is (nog?) niet veel op te maken.

Ja, waarom? Het heeft te maken met:

  • De meeste van mijn mannelijke voorouders heb ik ruimschoots overleefd, zowel van vaders als moeders zijde. Ik leef in reservetijd, zo voelt dat. Ouder worden dan zestig leek me vroeger onmogelijk/onwaarschijnlijk, maar die grens ben ik al lang gepasseerd.
  • Glaser-Strauss-Besef-van-naderende-doodEen boek dat tijdens m’n studie indruk maakte is Het besef van de naderende dood van Glaser en Strauss. Daar is veel over te zeggen, maar een van de bevindingen van dat onderzoek was dat als patiënten met een terminale ziekte niet op de hoogte zijn van hun naderende dood, zij door familie, vrienden en verpleging zo veel mogelijk gemeden worden. Uit angst dat men het ‘geheim’ verklapt of op de een of andere manier laat merken/doorschemeren.
    Wat dat met mij te maken heeft? Ik denk dat het zo gek nog niet is om me bewust te zijn van mijn naderende dood. Familie en vrienden wil ik daar niet mee belasten, maar het onderwerp onder tafel vegen wil ik ook niet.
  • Ik denk gewoon veel aan de dood, dat gaat vanzelf. Niet dat ik er bang voor ben. Wel – als zovelen – voor het lijden daarvoor en de belasting van mijn naasten daarmee.
  • De levensfase waarin ik zit lijkt me heel natuurlijk te leiden naar allerlei bespiegelingen over het verleden, de balans opmaken, ‘rekeningen’ vereffenen, onaffe zaken (nog een keer) oppakken etc.

Dat zo’n beetje. Met de illusie dat ons bestaan maakbaar is heeft het natuurlijk ook te maken…