De wijsheid van een tandeloze glimlach

Drie jaar geleden begon ik dit blog met – tot nu toe – nog geen twintig berichten. Blijkbaar is er op weg naar het einde niet zoveel te vertellen, althans door mijn persoontje. Toch heeft iets me wel geraakt de laatste maanden, als het over ouderdom en het naderend einde gaat. Aanleiding was het volgende.

Mooiste tijd van je leven

Hanneke en ik zijn lid van een Haagse club ouderen die samen proberen ‘er iets van proberen te maken’ en… te snappen, voorzover mogelijk. Eén van de subgroepen komt samen als ‘de Verdieping’, waar we uitwisselen over de betekenis, de zin van het leven, ons leven. Een paar maanden geleden hadden we het, met een groepje van zo’n vijftien man (hoofdzakelijk vrouwen overigens), over het boek De wijsheid van een tandeloze glimlach van Daniël Klein.

Degene die het had gelezen en presenteerde was er enthousiast over. Aan de hand van allerlei filosofen wordt duidelijk gemaakt dat de oude dag zo gek nog niet is, als je er op een goeie manier mee omgaat. Misschien is het zelfs wel de meest waardevolle periode van je leven: geen werk meer, alle tijd om te doen wat je wilt, mogelijkheden te over om afstand te nemen en alles te overdenken. En vooral… samen met vrienden te zijn. Kortom, een heerlijke tijd, althans zo kwam de algemene conclusie van het boek op mij over.

Typisch Amerikaans?

Het leek me zo’n typisch Amerikaans boek, weliswaar met een goed uitgangspunt: het wordt tijd dat we niet zo negatief tegen de oude dag aankijken. Maar om dan alles gelijk zo overdreven van de positieve kant te bekijken, nee, dat ging er bij mij niet in.

De samenvatting en recensies op Bol.com bevestigen dat wel zo’n beetje. Maar waarom werd ik nu iedere keer geïrriteerd als ik me die avond herinnerde. Je mag toch een boek schrijven waarin je zegt dat ouderdom de mooiste tijd van je leven is? En daar mag iedereen het toch al of niet mee eens zijn?

Maar toch de stelling: ‘ouderdom is de mooiste tijd van je leven‘ bleef door m’n hoofd spoken. Vooral als ik hoorde dat een familielid, vriend of bekende die door één of andere ramp of vreselijke ziekte geteisterd werd. Is dat nou de mooiste tijd van je leven? En die rampen en ziektes komen steeds vaker voor. Hanneke en ik zijn binnenkort samen 145 jaar oud, en ik kan je verzekeren, op die leeftijd slaat het noodlot, of hoe je het ook wilt noemen, voor velen onverbiddelijk toe.

“Het zijn van het zijn”

Het boek heb ik niet gelezen, maar een goed beeld erover komt wel naar voren uit diverse recensies en samenvattingen. Zoals op zin.nl, waar Rolf Robbe er o.a. dit over zegt:
“Daniel Klein (73 jaar) is op zoek naar de zin van het leven, met name als je oud(er) bent geworden. Hij beschrijft op een aangename en goed leesbare wijze het antwoord op de vraag hoe hij de meeste voldoening kan houden in zijn al ver gevorderde leven. Hij zoekt het gezelschap van oude Grieken zoals Tasso die gelukkig is te midden van zijn oude vrienden, een goed gesprek en een goed glas. Hij zoekt het ook bij de oudere Grieken zoals bij Epicurus. Die leert hem dat je vooral plezierig moet leven en doen waar je lol in hebt. Of Plato die de oude dag geweldig vond omdat je dan niet meer opgejaagd wordt door allerlei lusten.

Maar ook filosofen als Sartre en Kierkegaard helpen de schrijver om zicht te krijgen op zijn oude dag. Zelfs de sentimentele liedjes van Frank Sinatra helpen hem zijn tijd te besteden met zoete herinneringen. Verder biedt die oude dag ruimte te over om na te denken over de zin van het leven.
Het komt erop neer dat je maar het beste je ‘oude-van-dagen-lot’ kunt accepteren en moet genieten van elke dag in goed gezelschap van oude vrienden. Dat is een wat trieste conclusie voor de eenzame en zieke bejaarden die zoeken naar de zin van hun laatste moeizame levensfase.”

Die bespreking maakte me mijn irritatie wel wat duidelijker. Kleins boek is het verhaal van een ‘well to do’ Amerikaan die (net als wij) zich implantaten of een mooi kunstgebit kan permitteren als het zover is dat je tanden eruit moeten. Die genoeg geld en achtergrond heeft om naar Griekenland op reis te gaan om zich te verdiepen in oude en moderne Grieken.
De samenvatting van het boek die we die avond kregen stelt:
De oude dag is NIET de oude ouderdom vol gebreken. Maar een tijd van spelen, spiritualiteit, overdenken, existentiële authenticiteit, tevredenheid  en “het zijn van het zijn”: angst voor de toekomst is niet meer nodig, je kunt geestelijke risico’s nemen om de zin van jouw leven te ontdekken.”

Het varken dat op je kop valt

Dat is het denk ik. Natuurlijk zit er veel waars in wat dat boek ons allemaal voorschotelt, eigenlijk zijn het lessen die voor elke leeftijd gelden. Maar er is ook een andere kant aan het leven, vooral boven de zeventig. Die van het varken dat op je kop valt. Er is een oud verhaal van Graham Greene A Shocking Accident over de vader van iemand die sterft doordat er een varken op zijn hoofd valt in een oud, arm Italiaans straatje, waar het gewoonte is varkens te houden op balkons. Een varken was te zwaar geworden op het toch al wrakke balkonnetjes en viel op het hoofd van een argeloze voorbijganger.
Er is meer over dit verhaal te vertellen, maar voor mij staat het voor de onverwachte en onverklaarbare rampen die je kunnen overkomen. Dingen waartegen je niets doen, hoe oprecht, sober of bewust je ook leeft, hoe veel je ook van het leven geniet, mediteert, loslaat of wat dan ook.

Naast alle goeds zie ik  – zo ongeveer vanaf m’n 65ste – een aaneenschakeling van rampen. Ik heb het niet over terrorisme, oorlog of volksverhuizingen, maar gewoon over wat familie, vrienden en kennissen overkomt. Crohn, Parkinson, MS, darm-, long-, prostaat en andere kankers, Sjögren, Ehlers Danlos, spierreuma, delier, depressie, vereenzaming en vervuiling.
Toen Hanneke en ik zo’n tien jaar geleden het Hangouderencafé oprichtten, maakten we er een speciaal hoekje waarin je elkaar kon vertellen over wat je allemaal ‘had’. Toen spraken we over PHPD: pijntje hier, pijntje daar. Maar tien jaar later zijn het niet alleen maar pijntjes, maar ernstige invaliderende ziektes, gebreken en ellende.

Even tussendoor: een fantastische is archive.org, dat een archief bijhoudt van alles wat er zo’n beetje op internet is verschenen (meer dan 3 miljard sites), of de domeinnamen nu nog bestaan of niet. Zo is via dat archief nog van alles te lezen overvan het Hangouderencafé en onze kijk op ouderdom, zo’n tien jaar geleden, met o.a. columns van Jaap Smit.

Wij leven gelukkig in een land waar ook daaraan nog veel gedaan kan worden, maar dat laat niet onverlet dat het een groot en veelvoorkomend probleem is. We worden dan wel steeds ouder en blijven langer gezonder, maar de keerzijde is er ook.
Hoe je daarmee moet omgaan, is niet makkelijk. Klaarstaan voor anderen natuurlijk, helpen waar je kunt, verlichten indien mogelijk. En niet al te bang zijn voor je eigen toekomstige rampen. Want je weet toch nooit welk varken, vanaf welk balkon op jouw hoofd zal vallen.

Preppers worden?

Of moeten we daarom preppers worden, voorbereid op alle mogelijke rampspoed en ellende?
Dat lijkt me niet, maar enige voorbereiding is niet gek, lijkt me. Een testament, een codicil, een levenstestament, sparen voor als je echt hulp nodig hebt, je netwerk in stand houden of liever nog: uitbreiden, nieuwe zorg-organisaties oprichten.
Kortom, werk aan de winkel op onze oude dag!

‘Omgekeerde bucket list’

Zoals de weinigen die deze blog lezen weten, gaat het hier over mijn (en andermans) naderend einde. Niet ongebruikelijk is om, als het besef van het einde daar is, een bucket list te maken. Met daarop alle ‘dingen’ die je graag nog zou willen doen voor je heengaat. Daarover is hier al e.e.a. geschreven, maar nu ontdek ik dat er ook een ‘omgekeerde bucket list’ is, al jaren zelfs. Niet echt een mooie goed bijgehouden lijst, maar wel dingen die steeds op mijn to-do-lijstjes voorkomen, in mijn achterhoofd blijven zeuren en… maar niet verdwijnen.

Het zijn de dingen die ik echt MOET doen, vind ik, voordat ik dood ga. Een aantal dingen van die lijst hebben Hanneke en ik redelijk snel aangepakt, zoals een testament maken. Maar een codicil, dat heeft toch zeker tien jaar bovenaan mijn to-do-lijst gestaan en kwam er maar niet af. Een paar jaar geleden was het dan eindelijk zo ver. En… het duurde hooguit een paar uur om zo’n codicil te maken. Je kan het zelf schrijven (met de hand, dat moet, gedateerd en ondertekend) met daarin hoe je begraven wilt worden, hoe bepaalde zaken verdeeld moeten worden die niet in je testament hoeven te staan enz.

Een andere klus die ik jaren en jaren voor me heb uitgeschoven, is het digitaliseren van een flink aantal smalfilms die mijn vader in de jaren 50/60 en ik in de jaren 70/80 maakten. Op de een of andere manier bleef ik dat maar uitstellen. Het is nu eindelijk (met heel veel zuchten en steunen) gelukt. Het hele archief heb ik plechtig overgedragen aan m’n oudste zoon. Alleen zijn hier nog wat dvd’s met favoriete films, waarvan een deel op Youtube is te zien.

En zo is er nog een aantal klussen:

  • het video-archief van de Vrekkenkrant en aanverwanten digitaliseren (30-40 opnamen) en op internet zetten
  • albums met familiefoto’s van (groot)ouders en ons gezin reorganiseren en toegankelijk maken
  • persoonlijk in/uit archief van brieven e.d. afmaken en schiften
  • dozen met documenten van mijn ouders en grootouders plus familieleden sorteren en toegankelijk maken
  • en nog zo wat dingen

Naderend einde

Ik dacht iets nieuws bedacht te hebben met ‘omgekeerde bucket list’, maar na even zoeken met Google bleek dat al lang te bestaan, alhoewel niet in de betekenis die ik eraan geef.

Pas bij die laatste klus (digitaliseren smalfilms) werd me duidelijk waarom die zaken zo lang op m’n lijstjes staan. Eenvoudig gezegd: als ik ze allemaal afheb, dan kan ik sterven. En bij iedere klus komt de dood dus dichterbij. Emotioneel natuurlijk alleen maar, want wat zal de dood zich aantrekken van mijn wel of niet afwerken van lijstjes. Maar toch, zo voelt het. Daarom heb ik moeite met het aanpakken van die dingen. Een echte ‘omgekeerde bucket list’ dus. Niet met dingen die ik graag wil, maar met dingen die MOETEN voor m’n dood.

Netjes achterlaten

Je kan natuurlijk zeggen: wat kan het mij schelen wat ik achterlaat, dat zoeken m’n nabestaanden maar uit. Maar zo zit ik niet in elkaar. Het idee dat ik m’n vrouw, kinderen en anderen ook nog een enorme klus nalaat als ik dood ben, staat me tegen. Misschien heb ik teveel troep en rotzooi van anderen moeten opruimen, mensen die er blijkbaar geen moeite mee hadden dat allemaal over te laten aan anderen.
Nee, dat wil ik niet. Het zal me vast niet lukken om alles in nette ordners, albums en dozen af te leveren, maar ik ben toch al een eind op weg.

Ondanks dat daardoor het einde nader en nader komt, ga ik er toch mee door.

Goed voorbereid op weg naar het einde…

Afgelopen vrijdag 21 april hebben Hanneke en ik – bij met Marieke Henselmans, onze ‘vrekkendochter’ –  het 25-jarig jubileum van de Vrekkenkrant gevierd, op gepaste wijze natuurlijk met een… gezellige maaltijd maaltijd en een goed gesprek
Zo lang is het inderdaad al geleden dat we met de Vrekkenkrant begonnen op 21 april 1992.

Laat je niet kisten door de commercie

Marieke vertelde van haar nieuwe boek Laat je niet kisten door de commercie, waarin ze de huidige praktijk rond uitvaarten, begrafenissen en crematies grondig onder de loep neemt. En waarin ze laat zien dat het persoonlijker, aangenamer en… veel goedkoper kan. Vooral als je je niet in de luren laat leggen door (vooral) verzekeraars en grote uitvaartondernemingen tijdens de drukke periode na het overlijden van een dierbare.
Hanneke en ik zijn (hopelijk) nog niet zover, maar duidelijk is dat je ruim van tevoren moet beginnen je voor te bereiden op het naderende einde. Daarom zijn we blij met Marieke’s nieuwste boek, dat overigens door  haar zoon Gijs geïllustreerd is.

Crowdfunding

Marieke biedt fans en toekomstige lezers de mogelijkheid haar te helpen met het financieren van dit boek. Dat kan door nu al exemplaar te bestellen of haar op een andere manier te ondersteunen bij dit project.
Ga naar de site hieronder en kies zelf. Doen!
Laat je niet kisten door de commercie, een mooie uitvaart voor elk budget.

Europa bucket list – Frankrijk klaar

Met enige trots presenteer ik een eerste afgeronde versie van de Europa bucket list. Daarop zijn ousider-art-plekken te vinden; de meeste in Frankrijk, enkele in België en Zwitserland, 69 in totaal. Toch mooi op mijn 69ste. Overige landen volgen, als eerste Spanje.

Allereerst wil ik Henk van Es bedanken, want zonder zijn site (Outsider Environments Europe) was deze lijst niet gelukt. Zoals eerder hier gezegd biedt zijn site een overzicht van alle bijzondere plekken in Europa, of ze (nog) bestaan of niet. Met een heldere beschrijving van de plek, levensbeschrijving van kunstenaar in kwestie, foto’s, video’s en andere documentatie. Plus praktische informatie.

Mijn lijst is een kleine selectie daarvan: plekken – van enige omvang – die te bezoeken zijn (overigens grotendeels alleen in de zomer) en die m.i. de moeite van een bezoek waard zijn. Dat laatste is geheel mijn eigen subjectieve keuze. Alle Engelse teksten in de lijst zijn overgenomen van Henk, de teksten en informatie op zijn site zijn veel uitgebreider. Wil je dus een of meer van die plekken bezoeken, bekijk ze dan ook zeker op zijn site.

Enkele teksten in Frans zijn (gedeeltelijk) overgenomen van een andere interessante site: Le Grisgris de Sophie, een Franse dame die ook een enorme verzameling heeft opgebouwd in de afgelopen jaren, maar met een uitgebreider focus (art brut, ook schilder-, teken- en beeldhouwkunst, getoond in galeries, musea etc. Bij Sophie ligt de nadruk op foto’s, maar biedt vaak ook praktische informatie.

De lijst (let op hij is vele pagina’s lang) is HIER te downloaden als Pdf-file, de kaart hieronder is groter (erop klikken) te maken en te printen. Met enige moeite moet hij leesbaar zijn. Met foto’s ben ik niet handig, sorry. Mocht er behoefte aan zijn, dan kan ik de bestanden ook apart naar geïnteresseerden sturen.
Europa-bucket-list-KAART-2-11-2015

 

Chomo

Langzamerhand begint me duidelijk te worden waarom ik die rare bucket list (zie vorige bijdragen) maak. Typisch Rob van Eeden: eerst doen, dan denken. Misschien niet de handigste aanpak, maar mijn leven lang een patroon waarmee ik blijkbaar toch tevreden ben, want veranderen doe ik niet. Niet in de laatste plaats omdat het veel heeft opgeleverd; daarover later misschien nog eens.

Wat zijn die plekken die ik wil bezoeken? Wat zijn de eigenschappen ervan. Waar gaan ze over? Wat vind ik er zo mooi, bijzonder en inspirerend aan? Wat voor mensen zijn het? Wat willen ze met al die gekke beelden, bouwsels en maaksels? Na het bezoek afgelopen weekend aan Chomo werd dat iets duidelijker.

Vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw was Chomo een succesvolle Franse kunstenaar, maar bij een expositie in 1960 in de Parijs ging het mis. Hij wilde bepaalde werken niet (meer) verkopen en maakte ruzie met de galeriehouder en bekende kunstenaars die hem bezochten.

ChomoKort na die expositie keerde hij zich af van de ‘officiële’ kunstwereld en vestigde zich op een bosperceel bij Fontainebleau, waar hij – onder zeer sobere omstandigheden – verbleef tot zijn dood in 1999. Hij maakte er honderden beelden, componeerde en speelde muziek, maakte films, ontmoette gelijkgezinden etc. Maar vooral: het bosperceel werd verfraaid met bijzondere gebouwen, waaronder de ‘Eglise des pauvres’. Geheel gemaakt van hout uit het bos, flessen, afvalglas, autoruiten, kippengaas en gips. Meer hierover via de links hieronder.

Al ruim een jaar geleden kwam ik in contact (via internet) met zijn werk. Vorig jaar probeerden Hanneke en ik – op eigen kracht – het perceel van Chomo te vinden, maar dat lukte niet. Wel hadden we een bijzondere wandeling in een bos met grote heidestruiken, rotsen en varens. Heel mooi, maar het perceel van Chomo was in geen velden of wegen te bekennen. Omdat ik me daarna via zijn site meldde bij nabestaanden en enkele vrienden, kregen we begin september een uitnodiging voor het weekend van 3/4 oktober 2015 om ‘Le village d’art préludien’ te bezoeken.
Nadat na zijn dood in 1999 de meeste beelden en ander werk van het perceel waren verwijderd, geveild en/of opgeslagen, bleven de bouwsels er zo’n tien jaar (bijna) onberoerd. Nu is er een vriendengroep/stichting die het geheel wil behouden en weer openstellen voor het publiek. De twee kinderen van Chomo, inmiddels ook bejaard, zijn niet in staat dat alleen te doen. Ook zijn er geen kleinkinderen.

Laurent-Danchin

Laurent Danchin (rechts), trekker van dit ambitieuze project, verwelkomde de bezoekers met uitgebreide uitleg en veel herinneringen aan Chomo die hij al vanaf het begin van zijn carrière volgt. Chomo noemde zijn plek ‘préludien’, omdat op die plek een voorzet/prelude moest ontstaan van de nieuwe maatschappij die hij voor ogen had. Er is inmiddels een stevig hek om het perceel gezet, hier en daar resten nog wat beelden of aanzetten daartoe.

Verder is er het woonhuis van Chomo dat er binnen verrassend ‘gewoon’ uitziet. En waar nu enkele studenten en stagiairs bivakkeren, als ze meewerken aan de conservatie-werkzaamheden.Beeld-aan-woonhuis
Refuge-met-overkappingEnkele in verval geraakte bouwsels, zoals het Refuge, zijn overdekt met een tijdelijk nieuw dak en steigers om verder verval tegen te gaan.
De ‘Kerk van de armen’, waar voorzover ik weet nooit een dienst voor de armen is gehouden, deed vooral dienst deed als opslagplaats voor beelden en ander materiaal. Hij is inmiddels ontruimd en biedt de mogelijkheid het geheel niet alleen van buiten, maar ook van binnen te bewonderen.
Kerk-van-buiten

Kerk-binnenOm terug te komen op de vragen aan het begin van dit artikel, wat is het nou dat ons zo aantrekt in dit soort plekken en kunst?
Er zijn natuurlijk heel voor de hand liggende overeenkomsten met ons leven: een vrij sobere leefstijl, je (min of meer) afkeren van de consumptiemaatschappij, werken met afval, recycling en hergebruik. Idealen over een ‘nieuwe mens en samenleving’.

Maar dit weekend realiseerde ik me ook dat het verval, het vergaan van deze plekken ook aantrekkingskracht heeft. Niet omdat het ‘mooi’ is, alhoewel dat soms ook voorkomt. Het past gewoon goed bij onze leeftijd. Hanneke en ik zijn samen toch al 141 jaar, en het verval en vergaan van onszelf komt steeds meer in zicht. We realiseren ons ook door deze ‘extreme’ voorbeelden te bezoeken dat je altijd ‘iets’ achterlaat. Dat kan goed zijn voor de nabestaanden en anderen, maar ook een enorme last. Hier op het terrein van Chomo, maar nog pregnanter op dat van Watkyne, zie je hoe de natuur oprukt, hoe veel overwoekerd wordt, begint af te brokkelen en vergaat.

Wat moeten de nabestaanden daarmee? Wat moet behouden worden en wat kan beter weg. En hoe behoudt je dat wat over zou moeten blijven. Om nog maar niet te spreken van de financiering van e.e.a. Allemaal gedachten en vragen die net zo goed relevant zijn in ons eigen leven, voor onze eigen spullen en geld.
In ieder geval begrijp ik nu iets beter waarom ik deze site ben begonnen.

Meer informatie, ontleend aan de site van Henk van Es

* Website (in french) entirely devoted to Chomo, with a biography, a list of video’s, picture galeries and a number of texts about Chomo
* The site apppears  in Jarvis Cocker’s Journeys into the Outside (1999, on Youtube in 2012, see my post of august 23, 2012)
* On Flickr some 40 pictures of the site (presented by Halle Saint Pierre, Paris)

Europa bucket list – 2

Eerst zal ik maar eens proberen te omschrijven wat er op die Europese bucket list gaat komen.
Sinds een paar jaar ben ik lid van de DonderbergGroep, die zich (zoals ze zelf omschrijven) richten op follies, tuinsieraden en vermaaksarchitectuur. Zeg maar gekke, fantasierijke bouwsels in en om tuinen.
Ik had eerder kennis gemaakt met follies door het boek Follies, bizarre bouwwerken in Nederland en België, door de voorzitter van die club: Wim Meulenkamp. Een leuk boek, bijzonder geschreven, met (per provincie) flinke aantallen van die follies, tuinsieraden en bouwsels. Hanneke en ik hebben er al menigeen bezocht, soms ook met teleurstellend resultaat, want het boek is twintig jaar oud. Het lot van veel follies is dat ze de tand des tijds niet overleven. Daarvoor zet de DonderberGroep zich ook in, inventarisatie, behoud, conservatie en restauratie. Op hun site is (o.a. bij Fotozoeker) al heel veel te vinden, vooral in Europa.

Door aan excursies mee te doen en door het lezen van het blad PorteFolly zijn Hanneke en ik er inmiddels achter dat maar een deel van die follies ons vooral interesseert. Follies zijn vaak aangelegd in tuinen van rijke lieden, een tempeltje, een grot, een torentje etc. Wel aardig, maar eigenlijk toch vrij ‘gewoon’, want ontworpen door architecten of wat daar voor door moest gaan, en gebouwd door professionals in opdracht van de rijke heren en dames om zo hun tuin te verfraaien en bezoekers te imponeren.
Wij zijn meer gecharmeerd door bouwsels die gemaakt zijn door – vaak – eenzame, vreemde, fantasierijke lieden die hun tuin of huis helemaal veranderen door er van alles in te bouwen, tegenaan te plakken etc. picassietteHet mooiste voorbeeld wat we daarvan tot nu toe gezien hebben is het huis en de tuin van Picassiette in Chartres. Een bijzonder boekje over dit ‘aardse paradijs’ van Picassiette is geschreven door Maarten Kloos: Le paradis terrestre de Picassiette.

Waar ik nu mee bezig ben is om dat soort plekken, waarvan er honderden in Europa zijn, op één kaart aan te geven. Ik ben nog maar net begonnen, vijf plekken staan op de kaart en (genummerd) in een lijst beschreven. Nu ik er eenmaal ingedoken ben, blijken er vele bronnen te zijn, in boeken en op internet, want we zijn zeker niet de eersten die een dergelijke inventarisatie maken.
Doel is om er in de tijd (die ons nog rest…) een flink aantal van te bezoeken.
(wordt vervolgd)

Kaart-Europa

Waarom: het leven is eindig

Gisteren waren we op de verjaardag van Rob Verhoeven (echt niemand die ik ken krijgt meer felicitaties op Facebook dan hij) waar de vraag gesteld werd waarom ik deze site heb gestart. Er staat nog maar weinig op, uit de inhoud is (nog?) niet veel op te maken.

Ja, waarom? Het heeft te maken met:

  • De meeste van mijn mannelijke voorouders heb ik ruimschoots overleefd, zowel van vaders als moeders zijde. Ik leef in reservetijd, zo voelt dat. Ouder worden dan zestig leek me vroeger onmogelijk/onwaarschijnlijk, maar die grens ben ik al lang gepasseerd.
  • Glaser-Strauss-Besef-van-naderende-doodEen boek dat tijdens m’n studie indruk maakte is Het besef van de naderende dood van Glaser en Strauss. Daar is veel over te zeggen, maar een van de bevindingen van dat onderzoek was dat als patiënten met een terminale ziekte niet op de hoogte zijn van hun naderende dood, zij door familie, vrienden en verpleging zo veel mogelijk gemeden worden. Uit angst dat men het ‘geheim’ verklapt of op de een of andere manier laat merken/doorschemeren.
    Wat dat met mij te maken heeft? Ik denk dat het zo gek nog niet is om me bewust te zijn van mijn naderende dood. Familie en vrienden wil ik daar niet mee belasten, maar het onderwerp onder tafel vegen wil ik ook niet.
  • Ik denk gewoon veel aan de dood, dat gaat vanzelf. Niet dat ik er bang voor ben. Wel – als zovelen – voor het lijden daarvoor en de belasting van mijn naasten daarmee.
  • De levensfase waarin ik zit lijkt me heel natuurlijk te leiden naar allerlei bespiegelingen over het verleden, de balans opmaken, ‘rekeningen’ vereffenen, onaffe zaken (nog een keer) oppakken etc.

Dat zo’n beetje. Met de illusie dat ons bestaan maakbaar is heeft het natuurlijk ook te maken…