Europa bucket list – 2

Eerst zal ik maar eens proberen te omschrijven wat er op die Europese bucket list gaat komen.
Sinds een paar jaar ben ik lid van de DonderbergGroep, die zich (zoals ze zelf omschrijven) richten op follies, tuinsieraden en vermaaksarchitectuur. Zeg maar gekke, fantasierijke bouwsels in en om tuinen.
Ik had eerder kennis gemaakt met follies door het boek Follies, bizarre bouwwerken in Nederland en België, door de voorzitter van die club: Wim Meulenkamp. Een leuk boek, bijzonder geschreven, met (per provincie) flinke aantallen van die follies, tuinsieraden en bouwsels. Hanneke en ik hebben er al menigeen bezocht, soms ook met teleurstellend resultaat, want het boek is twintig jaar oud. Het lot van veel follies is dat ze de tand des tijds niet overleven. Daarvoor zet de DonderberGroep zich ook in, inventarisatie, behoud, conservatie en restauratie. Op hun site is (o.a. bij Fotozoeker) al heel veel te vinden, vooral in Europa.

Door aan excursies mee te doen en door het lezen van het blad PorteFolly zijn Hanneke en ik er inmiddels achter dat maar een deel van die follies ons vooral interesseert. Follies zijn vaak aangelegd in tuinen van rijke lieden, een tempeltje, een grot, een torentje etc. Wel aardig, maar eigenlijk toch vrij ‘gewoon’, want ontworpen door architecten of wat daar voor door moest gaan, en gebouwd door professionals in opdracht van de rijke heren en dames om zo hun tuin te verfraaien en bezoekers te imponeren.
Wij zijn meer gecharmeerd door bouwsels die gemaakt zijn door – vaak – eenzame, vreemde, fantasierijke lieden die hun tuin of huis helemaal veranderen door er van alles in te bouwen, tegenaan te plakken etc. picassietteHet mooiste voorbeeld wat we daarvan tot nu toe gezien hebben is het huis en de tuin van Picassiette in Chartres. Een bijzonder boekje over dit ‘aardse paradijs’ van Picassiette is geschreven door Maarten Kloos: Le paradis terrestre de Picassiette.

Waar ik nu mee bezig ben is om dat soort plekken, waarvan er honderden in Europa zijn, op één kaart aan te geven. Ik ben nog maar net begonnen, vijf plekken staan op de kaart en (genummerd) in een lijst beschreven. Nu ik er eenmaal ingedoken ben, blijken er vele bronnen te zijn, in boeken en op internet, want we zijn zeker niet de eersten die een dergelijke inventarisatie maken.
Doel is om er in de tijd (die ons nog rest…) een flink aantal van te bezoeken.
(wordt vervolgd)

Kaart-Europa

Waarom: het leven is eindig

Gisteren waren we op de verjaardag van Rob Verhoeven (echt niemand die ik ken krijgt meer felicitaties op Facebook dan hij) waar de vraag gesteld werd waarom ik deze site heb gestart. Er staat nog maar weinig op, uit de inhoud is (nog?) niet veel op te maken.

Ja, waarom? Het heeft te maken met:

  • De meeste van mijn mannelijke voorouders heb ik ruimschoots overleefd, zowel van vaders als moeders zijde. Ik leef in reservetijd, zo voelt dat. Ouder worden dan zestig leek me vroeger onmogelijk/onwaarschijnlijk, maar die grens ben ik al lang gepasseerd.
  • Glaser-Strauss-Besef-van-naderende-doodEen boek dat tijdens m’n studie indruk maakte is Het besef van de naderende dood van Glaser en Strauss. Daar is veel over te zeggen, maar een van de bevindingen van dat onderzoek was dat als patiënten met een terminale ziekte niet op de hoogte zijn van hun naderende dood, zij door familie, vrienden en verpleging zo veel mogelijk gemeden worden. Uit angst dat men het ‘geheim’ verklapt of op de een of andere manier laat merken/doorschemeren.
    Wat dat met mij te maken heeft? Ik denk dat het zo gek nog niet is om me bewust te zijn van mijn naderende dood. Familie en vrienden wil ik daar niet mee belasten, maar het onderwerp onder tafel vegen wil ik ook niet.
  • Ik denk gewoon veel aan de dood, dat gaat vanzelf. Niet dat ik er bang voor ben. Wel – als zovelen – voor het lijden daarvoor en de belasting van mijn naasten daarmee.
  • De levensfase waarin ik zit lijkt me heel natuurlijk te leiden naar allerlei bespiegelingen over het verleden, de balans opmaken, ‘rekeningen’ vereffenen, onaffe zaken (nog een keer) oppakken etc.

Dat zo’n beetje. Met de illusie dat ons bestaan maakbaar is heeft het natuurlijk ook te maken…

Europa bucket list – 1

Europese Road MapNu ik de zeventig nader is het misschien tijd om een bucket list te maken. Je weet maar nooit. Er zijn nog wel een paar dingen die ik wil doen, meer oplossen eigenlijk, voordat ik dood ga, maar dit is niet de plaats om daarover te praten/schrijven. Dat moet met de personen in kwestie.

Wel wil ik hier verslag doen van een lijst die ik nu aan het maken ben. Eigenlijk deed ik dat al jaren, maar niet erg systematisch, op allerlei lijstjes en met allerlei foldertjes, krantenknipsels en dergelijke. Maar dat werkte niet echt, want wanneer ik die aantekeningen etc. nodig had, waren ze niet bij de hand. Daar gaat nu verandering in komen.
(wordt vervolgd)

Opruimen…

Zoals ik al jaren weet is opruimen een bezigheid die meestal veel oplevert. Van Hanneke geleerd, dat wel, want oorspronkelijk was het in mijn leven nogal eens een zootje. Nu we in een (kleiner) huis wonen, bleef er toch nog een aardige zolderruimte vol – onverwerkte – zaken over: foto’s, brieven, (documentatie over) kunst, boeken, correspondentie, kindertekeningen en… een paar vreemde verzamelingen.

Camembert-monnikenAls eerste pakte ik de verzameling camembert-doosjes aan. Als Hanneke en ik samen op vakantie gaan (sinds veertig jaar meestal naar Frankrijk) verzamelen we deksels van camembert-doosjes. In eerste instantie waren we gefascineerd door de afbeeldingen van vreemde oude monniken. (Voor de liefhebbers: klik op de foto voor groter formaat.)
Later bleken er meer leuke onderwerpen afgebeeld op die deksels. In de loop der jaren leidde dat tot zo’n vier-vijfhonderd verschillende exemplaren. Het is – als je er eenmaal mee begint – een mer à boire; zelden zul je eenzelfde etiket aantreffen, op enkele grote merken na. Ook zoon Michaël leverde, toen hij in Frankrijk woonde, een substantiële bijdrage, niet alleen met camembert-merken, maar ook met verpakkingen van allerlei andere Franse kazen, na een bezoek aan een drukkerij van kaasetiketten.

Le Musée Tyrosémiophile
Al jaren geleden had ik ruim tweehonderd ervan op acht panelen geplakt en ingelijst, zo’n beetje naar onderwerp gerangschikt. Die panelen hangen nu in het eerste (en ongetwijfeld enige) Nederlandse Camembert Museum, in het halletje van ons huis.
Gratis voor museumjaarkaart-houders en degenen die een camembert-etiket inleveren. Openingstijden op aanvraag.
Ook de niet ingelijste exemplaren en andere merken zijn voor bezoekers in te zien, te bevoelen en beruiken.
Inmiddels is ook duidelijk dat ik niet de enige ben die kaasetiketten verzamelt. In Frankrijk is het een ware hobby, waar duizenden verzamelaars mee bezig zijn. In het Frans heten ze: tyrosémiophiles (kaas-merkteken-liefhebbers). Oude etiketten worden voor grote bedragen verhandeld of verruild.
Er zijn verenigingen, sites, (ruil)beurzen etc. etc. Werkelijk tienduizenden etiketten zijn via internet te bekijken. Een aardige ingang is www.club-tyrosemiophile.fr, waarop beweerd wordt dat daar meer dan 300.000 etiketten te zien zijn. Goed voor uw Frans. Ook zijn er aardige filmpjes over het fenomeen te bekijken. 

Camembert-museum

Geen zorgen voor de dag van morgen

Via via bereiken me berichten dat men zich zorgen maakt om mijn persoontje, omdat ik dit blog begonnen ben. Zie ik het niet meer zitten? Ben ik (weer) depressief? Tweemaal nee! zou ik zeggen. Het is echt niet nodig jullie zorgen te maken, lieve mensen, helemaal niet.

KroniekIk geniet van het leven, met alle ellende die er natuurlijk ook bij hoort. Als je op mijn leeftijd (68, samen met Hanneke 139) bent aangekomen is het echt niet zo gek om je eens (wat serieuzer misschien) bezig te houden met dit onderwerp.
Hoeveel jaar heb ik nog? Als er geen ongelukken gebeuren dan zal dat toch echt – in mijn geval – niet veel meer dan vijftien, twintig jaar zijn. Dat is minder dan een kwart van de tijd die ik al achter de rug heb.

Ik hoop hier af en toe iets zinvols te schrijven. Geen kroniek van een aangekondigde dood.

Eindig, maar zo gek nog niet!

Het leven mag dan wel eindig zijn, maar zo gek hebben we het hier in Holland nog niet. Dat zegt tenminste de Global AgeWatch Index, die meet hoe goed het leven is voor mensen boven de zestig.
Niet zo’n gek idee om dat (ook) te meten, als je weet dat er nu al meer mensen boven de zestig zijn dan onder de vijf.
Nummertje 6 staat Nederland, en als je naar de precieze scores kijkt van de top 5, geen reden tot verhuizen, lijkt me. Hieronder de lijst, maar er is ook een mooie overzichtelijke kaart. En uitgebreide uitleg hoe de index is samengesteld.

Global-AgeWatch-Index-2104

Ik zit bij het vuur en denk…

I sit beside the fire and think
of all that I have seen
of meadow-flowers and butterflies
in summers that have been;

Of yellow leaves and gossamer
in autumns that there were,
with morning mist and silver sun
and wind upon my hair.

I sit beside the fire and think
of how the world will be
when winter comes without a spring
that I shall ever see.

For still there are so many things
that I have never seen:
in every wood in every spring
there is a different green.

I sit beside the fire and think
of people long ago
and people who will see a world
that I shall never know.

But all the while I sit and think
of times there were before,
I listen for returning feet
and voices at the door.

Tekst: J.R.R. Tolkien

(Dit lied werd zachtjes gezongen door Bilbo op 24 december T.A. 3018, een paar dagen voor Frodo’s vertrek. Een Nederlandse (nogal oubollige) vertaling is makkelijk te vinden via internet.