‘Omgekeerde bucket list’

Zoals de weinigen die deze blog lezen weten, gaat het hier over mijn (en andermans) naderend einde. Niet ongebruikelijk is om, als het besef van het einde daar is, een bucket list te maken. Met daarop alle ‘dingen’ die je graag nog zou willen doen voor je heengaat. Daarover is hier al e.e.a. geschreven, maar nu ontdek ik dat er ook een ‘omgekeerde bucket list’ is, al jaren zelfs. Niet echt een mooie goed bijgehouden lijst, maar wel dingen die steeds op mijn to-do-lijstjes voorkomen, in mijn achterhoofd blijven zeuren en… maar niet verdwijnen.

Het zijn de dingen die ik echt MOET doen, vind ik, voordat ik dood ga. Een aantal dingen van die lijst hebben Hanneke en ik redelijk snel aangepakt, zoals een testament maken. Maar een codicil, dat heeft toch zeker tien jaar bovenaan mijn to-do-lijst gestaan en kwam er maar niet af. Een paar jaar geleden was het dan eindelijk zo ver. En… het duurde hooguit een paar uur om zo’n codicil te maken. Je kan het zelf schrijven (met de hand, dat moet, gedateerd en ondertekend) met daarin hoe je begraven wilt worden, hoe bepaalde zaken verdeeld moeten worden die niet in je testament hoeven te staan enz.

Een andere klus die ik jaren en jaren voor me heb uitgeschoven, is het digitaliseren van een flink aantal smalfilms die mijn vader in de jaren 50/60 en ik in de jaren 70/80 maakten. Op de een of andere manier bleef ik dat maar uitstellen. Het is nu eindelijk (met heel veel zuchten en steunen) gelukt. Het hele archief heb ik plechtig overgedragen aan m’n oudste zoon. Alleen zijn hier nog wat dvd’s met favoriete films, waarvan een deel op Youtube is te zien.

En zo is er nog een aantal klussen:

  • het video-archief van de Vrekkenkrant en aanverwanten digitaliseren (30-40 opnamen) en op internet zetten
  • albums met familiefoto’s van (groot)ouders en ons gezin reorganiseren en toegankelijk maken
  • persoonlijk in/uit archief van brieven e.d. afmaken en schiften
  • dozen met documenten van mijn ouders en grootouders plus familieleden sorteren en toegankelijk maken
  • en nog zo wat dingen

Naderend einde

Ik dacht iets nieuws bedacht te hebben met ‘omgekeerde bucket list’, maar na even zoeken met Google bleek dat al lang te bestaan, alhoewel niet in de betekenis die ik eraan geef.

Pas bij die laatste klus (digitaliseren smalfilms) werd me duidelijk waarom die zaken zo lang op m’n lijstjes staan. Eenvoudig gezegd: als ik ze allemaal afheb, dan kan ik sterven. En bij iedere klus komt de dood dus dichterbij. Emotioneel natuurlijk alleen maar, want wat zal de dood zich aantrekken van mijn wel of niet afwerken van lijstjes. Maar toch, zo voelt het. Daarom heb ik moeite met het aanpakken van die dingen. Een echte ‘omgekeerde bucket list’ dus. Niet met dingen die ik graag wil, maar met dingen die MOETEN voor m’n dood.

Netjes achterlaten

Je kan natuurlijk zeggen: wat kan het mij schelen wat ik achterlaat, dat zoeken m’n nabestaanden maar uit. Maar zo zit ik niet in elkaar. Het idee dat ik m’n vrouw, kinderen en anderen ook nog een enorme klus nalaat als ik dood ben, staat me tegen. Misschien heb ik teveel troep en rotzooi van anderen moeten opruimen, mensen die er blijkbaar geen moeite mee hadden dat allemaal over te laten aan anderen.
Nee, dat wil ik niet. Het zal me vast niet lukken om alles in nette ordners, albums en dozen af te leveren, maar ik ben toch al een eind op weg.

Ondanks dat daardoor het einde nader en nader komt, ga ik er toch mee door.

Chomo

Langzamerhand begint me duidelijk te worden waarom ik die rare bucket list (zie vorige bijdragen) maak. Typisch Rob van Eeden: eerst doen, dan denken. Misschien niet de handigste aanpak, maar mijn leven lang een patroon waarmee ik blijkbaar toch tevreden ben, want veranderen doe ik niet. Niet in de laatste plaats omdat het veel heeft opgeleverd; daarover later misschien nog eens.

Wat zijn die plekken die ik wil bezoeken? Wat zijn de eigenschappen ervan. Waar gaan ze over? Wat vind ik er zo mooi, bijzonder en inspirerend aan? Wat voor mensen zijn het? Wat willen ze met al die gekke beelden, bouwsels en maaksels? Na het bezoek afgelopen weekend aan Chomo werd dat iets duidelijker.

Vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw was Chomo een succesvolle Franse kunstenaar, maar bij een expositie in 1960 in de Parijs ging het mis. Hij wilde bepaalde werken niet (meer) verkopen en maakte ruzie met de galeriehouder en bekende kunstenaars die hem bezochten.

ChomoKort na die expositie keerde hij zich af van de ‘officiële’ kunstwereld en vestigde zich op een bosperceel bij Fontainebleau, waar hij – onder zeer sobere omstandigheden – verbleef tot zijn dood in 1999. Hij maakte er honderden beelden, componeerde en speelde muziek, maakte films, ontmoette gelijkgezinden etc. Maar vooral: het bosperceel werd verfraaid met bijzondere gebouwen, waaronder de ‘Eglise des pauvres’. Geheel gemaakt van hout uit het bos, flessen, afvalglas, autoruiten, kippengaas en gips. Meer hierover via de links hieronder.

Al ruim een jaar geleden kwam ik in contact (via internet) met zijn werk. Vorig jaar probeerden Hanneke en ik – op eigen kracht – het perceel van Chomo te vinden, maar dat lukte niet. Wel hadden we een bijzondere wandeling in een bos met grote heidestruiken, rotsen en varens. Heel mooi, maar het perceel van Chomo was in geen velden of wegen te bekennen. Omdat ik me daarna via zijn site meldde bij nabestaanden en enkele vrienden, kregen we begin september een uitnodiging voor het weekend van 3/4 oktober 2015 om ‘Le village d’art préludien’ te bezoeken.
Nadat na zijn dood in 1999 de meeste beelden en ander werk van het perceel waren verwijderd, geveild en/of opgeslagen, bleven de bouwsels er zo’n tien jaar (bijna) onberoerd. Nu is er een vriendengroep/stichting die het geheel wil behouden en weer openstellen voor het publiek. De twee kinderen van Chomo, inmiddels ook bejaard, zijn niet in staat dat alleen te doen. Ook zijn er geen kleinkinderen.

Laurent-Danchin

Laurent Danchin (rechts), trekker van dit ambitieuze project, verwelkomde de bezoekers met uitgebreide uitleg en veel herinneringen aan Chomo die hij al vanaf het begin van zijn carrière volgt. Chomo noemde zijn plek ‘préludien’, omdat op die plek een voorzet/prelude moest ontstaan van de nieuwe maatschappij die hij voor ogen had. Er is inmiddels een stevig hek om het perceel gezet, hier en daar resten nog wat beelden of aanzetten daartoe.

Verder is er het woonhuis van Chomo dat er binnen verrassend ‘gewoon’ uitziet. En waar nu enkele studenten en stagiairs bivakkeren, als ze meewerken aan de conservatie-werkzaamheden.Beeld-aan-woonhuis
Refuge-met-overkappingEnkele in verval geraakte bouwsels, zoals het Refuge, zijn overdekt met een tijdelijk nieuw dak en steigers om verder verval tegen te gaan.
De ‘Kerk van de armen’, waar voorzover ik weet nooit een dienst voor de armen is gehouden, deed vooral dienst deed als opslagplaats voor beelden en ander materiaal. Hij is inmiddels ontruimd en biedt de mogelijkheid het geheel niet alleen van buiten, maar ook van binnen te bewonderen.
Kerk-van-buiten

Kerk-binnenOm terug te komen op de vragen aan het begin van dit artikel, wat is het nou dat ons zo aantrekt in dit soort plekken en kunst?
Er zijn natuurlijk heel voor de hand liggende overeenkomsten met ons leven: een vrij sobere leefstijl, je (min of meer) afkeren van de consumptiemaatschappij, werken met afval, recycling en hergebruik. Idealen over een ‘nieuwe mens en samenleving’.

Maar dit weekend realiseerde ik me ook dat het verval, het vergaan van deze plekken ook aantrekkingskracht heeft. Niet omdat het ‘mooi’ is, alhoewel dat soms ook voorkomt. Het past gewoon goed bij onze leeftijd. Hanneke en ik zijn samen toch al 141 jaar, en het verval en vergaan van onszelf komt steeds meer in zicht. We realiseren ons ook door deze ‘extreme’ voorbeelden te bezoeken dat je altijd ‘iets’ achterlaat. Dat kan goed zijn voor de nabestaanden en anderen, maar ook een enorme last. Hier op het terrein van Chomo, maar nog pregnanter op dat van Watkyne, zie je hoe de natuur oprukt, hoe veel overwoekerd wordt, begint af te brokkelen en vergaat.

Wat moeten de nabestaanden daarmee? Wat moet behouden worden en wat kan beter weg. En hoe behoudt je dat wat over zou moeten blijven. Om nog maar niet te spreken van de financiering van e.e.a. Allemaal gedachten en vragen die net zo goed relevant zijn in ons eigen leven, voor onze eigen spullen en geld.
In ieder geval begrijp ik nu iets beter waarom ik deze site ben begonnen.

Meer informatie, ontleend aan de site van Henk van Es

* Website (in french) entirely devoted to Chomo, with a biography, a list of video’s, picture galeries and a number of texts about Chomo
* The site apppears  in Jarvis Cocker’s Journeys into the Outside (1999, on Youtube in 2012, see my post of august 23, 2012)
* On Flickr some 40 pictures of the site (presented by Halle Saint Pierre, Paris)

Waarom: het leven is eindig

Gisteren waren we op de verjaardag van Rob Verhoeven (echt niemand die ik ken krijgt meer felicitaties op Facebook dan hij) waar de vraag gesteld werd waarom ik deze site heb gestart. Er staat nog maar weinig op, uit de inhoud is (nog?) niet veel op te maken.

Ja, waarom? Het heeft te maken met:

  • De meeste van mijn mannelijke voorouders heb ik ruimschoots overleefd, zowel van vaders als moeders zijde. Ik leef in reservetijd, zo voelt dat. Ouder worden dan zestig leek me vroeger onmogelijk/onwaarschijnlijk, maar die grens ben ik al lang gepasseerd.
  • Glaser-Strauss-Besef-van-naderende-doodEen boek dat tijdens m’n studie indruk maakte is Het besef van de naderende dood van Glaser en Strauss. Daar is veel over te zeggen, maar een van de bevindingen van dat onderzoek was dat als patiënten met een terminale ziekte niet op de hoogte zijn van hun naderende dood, zij door familie, vrienden en verpleging zo veel mogelijk gemeden worden. Uit angst dat men het ‘geheim’ verklapt of op de een of andere manier laat merken/doorschemeren.
    Wat dat met mij te maken heeft? Ik denk dat het zo gek nog niet is om me bewust te zijn van mijn naderende dood. Familie en vrienden wil ik daar niet mee belasten, maar het onderwerp onder tafel vegen wil ik ook niet.
  • Ik denk gewoon veel aan de dood, dat gaat vanzelf. Niet dat ik er bang voor ben. Wel – als zovelen – voor het lijden daarvoor en de belasting van mijn naasten daarmee.
  • De levensfase waarin ik zit lijkt me heel natuurlijk te leiden naar allerlei bespiegelingen over het verleden, de balans opmaken, ‘rekeningen’ vereffenen, onaffe zaken (nog een keer) oppakken etc.

Dat zo’n beetje. Met de illusie dat ons bestaan maakbaar is heeft het natuurlijk ook te maken…

Europa bucket list – 1

Europese Road MapNu ik de zeventig nader is het misschien tijd om een bucket list te maken. Je weet maar nooit. Er zijn nog wel een paar dingen die ik wil doen, meer oplossen eigenlijk, voordat ik dood ga, maar dit is niet de plaats om daarover te praten/schrijven. Dat moet met de personen in kwestie.

Wel wil ik hier verslag doen van een lijst die ik nu aan het maken ben. Eigenlijk deed ik dat al jaren, maar niet erg systematisch, op allerlei lijstjes en met allerlei foldertjes, krantenknipsels en dergelijke. Maar dat werkte niet echt, want wanneer ik die aantekeningen etc. nodig had, waren ze niet bij de hand. Daar gaat nu verandering in komen.
(wordt vervolgd)

Opruimen…

Zoals ik al jaren weet is opruimen een bezigheid die meestal veel oplevert. Van Hanneke geleerd, dat wel, want oorspronkelijk was het in mijn leven nogal eens een zootje. Nu we in een (kleiner) huis wonen, bleef er toch nog een aardige zolderruimte vol – onverwerkte – zaken over: foto’s, brieven, (documentatie over) kunst, boeken, correspondentie, kindertekeningen en… een paar vreemde verzamelingen.

Camembert-monnikenAls eerste pakte ik de verzameling camembert-doosjes aan. Als Hanneke en ik samen op vakantie gaan (sinds veertig jaar meestal naar Frankrijk) verzamelen we deksels van camembert-doosjes. In eerste instantie waren we gefascineerd door de afbeeldingen van vreemde oude monniken. (Voor de liefhebbers: klik op de foto voor groter formaat.)
Later bleken er meer leuke onderwerpen afgebeeld op die deksels. In de loop der jaren leidde dat tot zo’n vier-vijfhonderd verschillende exemplaren. Het is – als je er eenmaal mee begint – een mer à boire; zelden zul je eenzelfde etiket aantreffen, op enkele grote merken na. Ook zoon Michaël leverde, toen hij in Frankrijk woonde, een substantiële bijdrage, niet alleen met camembert-merken, maar ook met verpakkingen van allerlei andere Franse kazen, na een bezoek aan een drukkerij van kaasetiketten.

Le Musée Tyrosémiophile
Al jaren geleden had ik ruim tweehonderd ervan op acht panelen geplakt en ingelijst, zo’n beetje naar onderwerp gerangschikt. Die panelen hangen nu in het eerste (en ongetwijfeld enige) Nederlandse Camembert Museum, in het halletje van ons huis.
Gratis voor museumjaarkaart-houders en degenen die een camembert-etiket inleveren. Openingstijden op aanvraag.
Ook de niet ingelijste exemplaren en andere merken zijn voor bezoekers in te zien, te bevoelen en beruiken.
Inmiddels is ook duidelijk dat ik niet de enige ben die kaasetiketten verzamelt. In Frankrijk is het een ware hobby, waar duizenden verzamelaars mee bezig zijn. In het Frans heten ze: tyrosémiophiles (kaas-merkteken-liefhebbers). Oude etiketten worden voor grote bedragen verhandeld of verruild.
Er zijn verenigingen, sites, (ruil)beurzen etc. etc. Werkelijk tienduizenden etiketten zijn via internet te bekijken. Een aardige ingang is www.club-tyrosemiophile.fr, waarop beweerd wordt dat daar meer dan 300.000 etiketten te zien zijn. Goed voor uw Frans. Ook zijn er aardige filmpjes over het fenomeen te bekijken. 

Camembert-museum